vrijdag 19 november 2021

Teaser

Het állereerste echte blogberichtje op dit blog ging over de flessenlikker, een bijzonder praktisch stuk gereedschap voor zuinige mensen/ Zeeuwen/ Nederlanders. Land van herkomst? Nederland? Wie het weet mag het zeggen.

Een ander bijzonder zuinig en praktisch stuk gereedschap is de kaasschaaf:

Land van herkomst: Noorwegen. Wat hebben een flessenlikker, een kaasschaaf en Het GeriefGoed van Tante Zoet met elkaar te maken? Dat is onderdeel van onze nieuwe zoektocht naar de herkomst van Zeeuwse visserstruien en misschien ook van ander Zeeuws breiwerk.

Volgende week start de serie verhalen hierover op ons andere blog: Zeeuwse Visserstruien.

dinsdag 9 november 2021

Ere wie ere toekomt.. en het einde van de zoektocht!

Hoogblokland, een bescheiden gehucht net boven de rook van Gorinchem. Om eerlijk te zijn hadden wij er nog nooit van gehoord. In onze zoektocht naar de herkomst van het patroon van de gehaakte muts uit Zeeuws-Vlaanderen komen we - via een uitstapje naar Gelderland - toch écht hier, in dat Zuid-Hollandse Hoogblokland uit. Want het verhaal neemt - zoals vaker - weer een onverwachte, maar ook bijzondere wending.

Tussen alle patronen en tijdschriften die door Henny Abbink en Connie en Anke Grevers bewaard zijn, zien we in één van de katernen van het blad Boerderij een klein berichtje staan:

“Blijkbaar zitten er nogal briljante haaksters onder onze lezers want de klederdrachtmutsen van mevrouw Boom-Bor vliegen de deur uit (terwijl ze toch beslist niet makkelijk zijn).”

Yesss! Bingo! Door deze ene zin wordt in één klap duidelijk wie de maakster is van alle patronen die in de ‘Katern voor de vrouw’ werden uitgegeven. Onze vasthoudendheid brengt ons uiteindelijk precies dát, waar we zo op hoopten: de naam van de maakster van de patronen!

Maar wie was deze mevrouw Boom-Bor (Petertje Gerritje Boom-Bor), afkomstig uit Hoogblokland? Helaas is er niet zo heel veel over haar bekend. We vinden wat oude krantenartikelen, vergeeld door de tijd, met foto’s van mevrouw Boom-Bor voor een enorme achterwand vól witte mutsen.

We lezen dat zij een groot deel van haar leven besteedde aan het namaken en vastleggen van de gehaakte en gebreide werkmutsjes, of ‘daagse mutsjes’ zoals zij ze noemt. Driehonderachtenvijftig(!!!) mutsjes had ze uiteindelijk in haar woonkamer staan, drie wanden vol. Dat was eind jaren tachtig en negentig bijzonder genoeg om een enkele malen de landelijke kranten mee te halen.

Zij is een paar keer geïnterviewd: een eerste stukje vinden we in het Algemeen Dagblad in 1984, een tweede artikel in dezelfde krant in 1991. Ook het Reformatorisch Dagblad besteed aandacht aan haar bijzondere hobby en wel in een groot stuk dat verschijnt in 1983. De titels spreken voor zich: “Weduwe bezeten van mutsen”, ‘Huiselijk gemutst” en “Mevrouw Boom in Hoogblokland haakte in drie jaar 154 daagse mutsen”. 

Het begint allemaal met een telefoontje in 1979, waarin mevrouw Boom-Bor de vraag krijgt of zij een oud mutsje wil nahaken. Dat doet ze met plezier. Omdat zij een ernstige longziekte heeft gekregen kan zij haar man niet meer helpen op de boerderij. Zij gaat echter niet bij de pakken neerzitten maar slaat aan het haken en breien. Als mensen lucht krijgen van haar hobby krijgt ze al snel meer oude mutsen toegestuurd om na te maken. 

Nadat ook het weekblad Boerderij een artikel aan haar heeft gewijd gaat het snel: mensen uit heel Nederland nemen nu contact met haar op en sturen haar oude mutsjes toe. Dit levert niet alleen een grote collectie replica mutsen op, maar ook een enorme kennis over deze daagse- en werkmutsjes. Het artikel in de Boerderij resulteert uiteindelijk in de serie patronen die tussen 1981 en 1984 twee keer per jaar in de ‘Katern voor de vrouw’ komen te staan. De bron van het patroon van het Zeeuws-Vlaamse mutsje is gevonden!

Naarmate wij meer over mevrouw Boom-Bor lezen krijgen we het beeld van een gedreven vrouw die van haar hobby haar passie maakte. Zij was de eerste die inzag hoe waardevol en bijzonder die ‘daagse mutsjes’ waren. Bovendien onderkende zij ook het belang om er patronen van te maken. Want namaken alleen lijkt misschien nog redelijk eenvoudig, juist het op papier zetten van oud handwerk om dit voor het nageslacht te bewaren – en dan ook nog op een dusdanige wijze dat iemand anders het ook kan volgen - vraagt enorm veel tijd, kennis en ervaring.

Nog interessanter is het bewijs dat wij uit de spaarzame interviews boven tafel krijgen: gehaakte en gebreide mutsjes werden in héél Nederland gedragen! Mevrouw Boom-Bor bezat uit elke provincie meerdere exemplaren; uiteraard met de nodige regionale en plaatselijke verschillen. 


"De meeste heb ik er uit Zuid-Holland, maar dat komt omdat je hier woont. Maar je staat ervan te kijken hoeveel verschillende soorten er zijn. De meeste zijn gehaakt. Je hebt ook gebreide mutsen of samengestelde. Ik heb daagse mutsen, kindermutsen, doopmutsen, rouwmutsen en dames- en herenslaapmutsen. De herenslaapmutsen hebben altijd een kwast. In Groningen, Friesland en Zeeland zie je de hanekam veel, terwijl de nopjesranden kenmerkend zijn voor de andere provincies. De hoeveelheid noppen geeft ook het standsverschil aan. Een rijke boerin heeft veel noppen op haar muts. Er zijn ook mutsen waarin de initialen en geboortedatum zijn gehaakt. Soms alleen de initialen omdat in één huis zowel de boerin, de dienstbode als het jonge meisje een muts droeg. Zo konden ze ze niet van elkaar afpakken."

Nu we wat meer over haar te weten komen zien wij haar toch een beetje als onze voorgangster. Niet, dat wij ooit aan haar vaardigheden kunnen tippen, dat zeker niet. We vinden het erg jammer dat zij inmiddels niet meer onder ons is, want hoe geweldig zou het niet zijn geweest om bij haar op bezoek te kunnen gaan, en te kunnen leren van haar enorme kennis en ervaring.

Door in haar voetsporen te treden begeven wij ons in illuster gezelschap. Ooit, tijdens onze speurtocht naar Zeeuwse visserstruien, kregen wij een berichtje van een dame uit Zeeuws-Vlaanderen die zei dat ze nog een oud patroon voor ons had. Vol spanning wachtten wij haar brief af. Bij het openen moesten we heel hard lachen: het was één van onze eigen patronen uit het boek Truien bij de Vleet! Hetzelfde overkwam mevrouw Boom-Bor. Een mevrouw belde haar op en vertelde haar dat ze patronen had. “Die zijn er bijna niet, waar komen ze vandaan?” vroeg ze de dame. “Ze noemde wat plaatsen op en toen bleek dat het mijn eigen patronen uit de Boerderij waren!”

dinsdag 2 november 2021

'Uitstapje' naar Gelderland

We maken weer eens een ‘uitstapje’, en wel naar het mooie Gelderland. Want.. soms moet je ver reizen om Zeeuws erfgoed te ontdekken! Precies een jaar geleden bestelden wij het boekje ‘Gelderse Gebreide Mutsen’ van Anke Grevers, haar zus Connie en hun moeder Henny Abbink. Deze drie vrouwen deden jarenlang onderzoek naar gebreide Gelderse mutsjes en schreven daar een praktische werkboekje over met twintig patronen. Net zoals hier in Zeeland was er ook in Gelderland nooit eerder iets over deze mutsjes op papier gezet.

foto geldersemutsen.nl

In het gezin van moeder Henny en haar dochters Anke en Connie speelden de Gelderse streekdracht en handwerken een belangrijke rol. Dit resulteerde bij alle drie in een passie voor onder andere het maken van gebreide Gelderse mutsen. Henny maakte ooit eens een kladje, waarmee zij probeerde het patroontje van zo’n Gelders mutsje door te geven aan haar dochters.

foto geldersemutsen.nl

Tijdens een landelijke Stich and Bitch dag in 2007, waar de dames deze mutsjes lieten zien, kregen zij veel vraag naar patronen ervan. Het idee om het kladje te gebruiken om échte patronen te gaan maken volgde daarna al snel. Zij werkten twintig originele patronen uit tot brei-beschrijvingen (een monsterklus!) en vervolgens verscheen in 2009 hun boek.

foto geldersemutsen.nl

Omdat wij inmiddels zeker weten dat gebreide en gehaakte mutsjes niet alleen in Zeeland gemaakt en gedragen werden, maar in heel Nederland, waren we erg benieuwd naar het boekje van Anke, Connie en Henny. Gelukkig kon het nog besteld worden. Anke op haar beurt was nieuwsgierig waarom een Zeeuwse haar boekje bestelde, en zo ontstond er een leuke mailwisseling. Ook bleek dat de dames met z'n drieën al twee keer bij Jeanet in de winkel waren geweest, niet alleen als bezoekers, maar ook om workshops te geven! Zo zie je maar weer dat handwerk- en streekdrachtminnend Nederland elkaar altijd wel op de een of andere manier weet te vinden!

Connie Grevers en Henny Abbink
Foto Jeanet Jaffari

Waarom onze interesse voor Gelderse mutsen, vraag je je misschien af? Hoe meer onderzoeksmateriaal, hoe meer we te weten kunnen komen over de ontwikkeling, herkomst en verspreiding van dit soort gebreide en gehaakte mutsjes. Waar we ook benieuwd naar zijn is de wijze waarop deze vrouwen hun patroontjes hebben genoteerd. Bovendien is het boekje van de dames Grevers/Abbink het enige boek in Nederland waarin deze mutsjes ooit zijn vastgelegd.

Henny, Anke en Connie
foto geldersemutsen.nl

Maar.. nu komt het bijzondere van dit verhaal. We zijn dus nog steeds op zoek naar de originele ‘katern voor de vrouw’ van 25 november 1981 van het weekblad Boerderij, met het patroon van het Zeeuws-Vlaamse mutsje. Hoeveel moeite we al niet gedaan hebben, en hoe weinig dit oplevert – zeg maar gerust niks – is best frustrerend. Nadat we die eerste blogpost hierover hebben geplaatst krijgen we een reactie van ene Connie. Zij heeft ons verhaal gelezen, en is haar zolder opgekropen. Zij weet dat er patronen én gehaakte mutsjes moeten liggen die haar moeder ooit heeft verzameld, en die door haar zus Anke zijn nagehaakt. Op zo’n moment valt alles samen… want Connie, haar zus Anke en hun moeder zijn natuurlijk niemand anders dan de dames van de ‘Gelderse mutsen’!

Natuurlijk slaken wij een juichkreet bij het lezen van Connie’s reactie! Connie heeft de gehele collectie patronen én mutsen (die twee verhuizingen overleefden) speciaal voor ons van haar zolder gehaald, hoe lief is dat! Dit biedt ons de kans om eindelijk de originele katernen kunnen inzien en de mutsjes te kunnen ‘uitpluizen’. 

foto geldersemutsen.nl

En.. hoe geweldig leuk is het, dat het nou nét deze drie vrouwen zijn die ons verder kunnen helpen met ons onderzoek naar het Zeeuws-Vlaamse mutsje. Jullie snappen het: binnenkort maken we een écht reisje naar Gelderland. 

Wordt vervolgd!

dinsdag 26 oktober 2021

Zoektermen

De zomervakantie is voorbij en we nemen het onderzoek naar het patroon van het gehaakte werkmutsje uit Zeeuws-Vlaanderen weer op. Claudia, de dame van het archief van uitgeverij Misset weet ons gelukkig meer te vertellen over de patronen die indertijd in het blad Boerderij hebben gestaan.

In de jaren tachtig van de vorige eeuw zat met regelmaat een speciale ‘katern voor de vrouw’ bij het weekblad voor boeren. Beter gezegd dus een katern voor de boerin. In deze katern was een serie patronen opgenomen van gehaakte mutsjes uit geheel Nederland. Voor boerinnen in die tijd - volgens de uitgever - een interessant onderwerp. Kijk, nu weten we meer, dát raadsel is in ieder geval opgelost!

Helaas vindt Claudia geen (digitale) exemplaren van deze katernen meer terug. Met de pensionering van de dames van het archief zijn indertijd blijkbaar ook de tijdschriften en katernen uit die periode in de prullenbak verdwenen. Zij vindt wel een ander haakpatroon (uit één van de overige katernen) dat ze ons mailt: een patroon van een mutsje uit Overijssel. Ook daar zijn we blij mee. We zijn er al langer van overtuigd dat de Zeeuwse haakmutsen helemaal niet zo Zeeuws zijn als we dachten, en dit patroon bewijst inderdaad dat er ook in de rest van ons land dergelijke mutsen werden gehaakt en gedragen.

Maar, hoe nu verder.. er moet toch érgens iets zijn opgeslagen? We kunnen nog twee opties bedenken. De eerste is snel gedaan: een oproepje in de rubriek ‘Lezers helpen lezers’ van de regionale krant.

Er komt één reactie op van Marianne, die verwijst naar Het Koninklijk Archief in Den Haag. Laat dat Koninklijk Archief nou net onze tweede optie zijn... Maar, hoe Roos, de dame van dat archief, haar zoektermen ook op alle archieven los laat, ook zij krijgt géén ‘match’. Ze vindt het weekblad Boerderij terug tot 1975, en dan weer vanaf 2000. Precies de jaren dat de katern uitgegeven werd zijn ze niet opgeslagen. Omdat wij onze hoop toch écht op dit archief hadden gevestigd is dat een forse tegenvaller.

Wat kunnen we nog meer bedenken? We besluiten het dichter bij huis te houden, en gaan contact opnemen met het Zeeuws Archief, de Zeeuwse Bibliotheek en een aantal Zeeuwse musea. Wellicht hebben zij deze specifieke katern ergens in hun archieven opgeslagen omdat het een item uit Zeeland betreft. Helaas. Ook hier vangen we bot. We blijven echter optimistisch. Ergens zal toch íemand die katern ooit een keer bewaard hebben?

Dan het patroon zelf. De kopie die we van Jenny Rosendaal kregen is een uitgeschreven patroon van tweeënhalve bladzijde lang. Wat dit patroon extra bijzonder maakt is dat er in beschreven wordt hoe je de voorrand van noppen haakt. Tot nu toe hebben alle mutsjes die we in handen hadden een rand of met kroezels, of met noppen. Hoe je kroezels haakt stond in het patroon van Cootje Goekoop beschreven. Extra leuk dus dat de noppen in dit patroon staan!


Jenny Rosendaal mailt ons ook een aantal foto’s. Niet alleen de foto van het mutsje van het patroon, maar ook van andere gehaakte mutsjes uit de Cadzandse dracht. Deze mutsjes worden daar overigens geen haakmutsen genoemd, maar werkmutsjes. Die naam dekt in dit geval perfect de lading.

Met het bestuderen van de foto’s valt ons op hoeveel deze werkmutsjes lijken op de haakmutsjes uit het noorden van Zeeland en Goeree-Overflakkee. De opbouw ziet er precies hetzelfde uit, de rabatten komen overeen en ook de randen die langs het gezicht lopen zijn op dezelfde manier gehaakt. Er is echter één duidelijk verschil: bij de werkmutsjes uit Cadzand ontbreken de linters, de lange sierstroken aan de voorkant.

Wordt vervolgd.

vrijdag 22 oktober 2021

Tussendoortje: nieuw patroon visserstrui Zierikzee is uit!

Even een klein berichtje tussendoor... Zoals jullie vast wel weten doen wij niet alleen onderzoek naar haak- en breiwerk uit de Zeeuwse streekdrachten, maar begonnen wij ooit met de zoektocht naar Zeeuwse Visserstruien. We vonden er hoopjes, op foto's en afbeeldingen dan. In het écht ontdekten we maar drie originele exemplaren. Drie, dat lijkt ontzéttend weinig... Tot oktober twee jaar geleden. Toen doneerde Kees Schot uit Zierikzee een authentieke visserstrui uit zijn familie aan onze stichting! 

Anja heeft de afgelopen twee jaar keihard gewerkt om van deze authentieke visserstrui een patroon te ontwikkelen. Een hele klus, hierover kun je alles lezen op ons blog over de Zeeuwse Visserstruien. Maar nu kunnen we met trots het patroon van deze trui presenteren! Tromgeroffel en hoorngeschal!!

Daarom even een klein berichtje tussendoor.. omdat we hier zo trots op zijn! Meer lezen? Klik dan HIER!


dinsdag 19 oktober 2021

Cadzandse werkmutsjes

Soms heb je een vooruitziende blik. Zo maakten wij járen geleden deze foto’s tijdens de opening van Museum ‘de Karrekasse’ in Nieuwvliet, West Zeeuws-Vlaanderen. Schattige meisjes met schattige jurkjes en dito mutsjes spelen Oudhollandse spelletjes ter verhoging van de feestelijkheden. De witte, gehaakte mutsjes vielen ons toen meteen al op, terwijl het in de vérste verte nog niet in ons hoofd was opgekomen om ‘iets’ met brei- en haakwerk uit de Zeeuwse streekdrachten te gaan doen. Het bloed kruipt, nietwaar..



De dames uit Cadzand en Nieuwvliet die wij kennen van diverse streekdracht activiteiten dragen altijd mooie, witte kanten mutsjes bij hun zwarte japonnen. Dat de kinderen gehaakte versies droegen, zoals op de foto’s, was nieuw voor ons. Later leren we dat ook de vrouwen de gehaakte exemplaren droegen, maar dan uitsluitend als werkmutsje of avondmutsje. Vandaar dat wij ze nog niet vaak – of beter gezegd nooit – eerder hadden gespot.

foto geleend van het blog Slik op de Weg

Nu we bezig zijn met onderzoek naar haakmutsjes in Zeeland komen de foto’s van de Cadzandse kindertjes weer in onze gedachten. Om er meer over te weten te komen nemen we contact op met Jenny Rosendaal. Of beter gezegd, Jenny belt ons. Dat belletje was niet de bedoeling, Jenny heeft per ongeluk het verkeerde (ons!) nummer gekozen. Jenny is expert op het gebied van de Cadzandse dracht. En nu we haar toch aan de lijn hebben informeren we bij haar of zij misschien weet of er geschreven patronen bestaan van de gebreide en gehaakte Zeeuws-Vlaamse mutsjes. Tot onze verbazing reageert ze positief: “Jawel hoor, er is een patroon van! Dat kan ik wel voor je opzoeken als je wil!” We vallen even stil, dit is de eerste keer in onze speurtocht dat iemand zomaar een patroon voorhanden heeft! We worden nu heel benieuwd: bestaat er écht een origineel patroon dat iemand ooit uitgeschreven heeft? 

Jenny Rosendaal
foto van Internet, fotograaf onbekend

Jenny belooft ons het patroon op te zoeken, en enkele weken later ontvangen we een enveloppe met daarin de kopie van een getypt patroon van een ‘Muts uit Zeeuws-Vlaanderen’. Op het eerste blad staat dat het patroon afkomstig is uit het weekblad Boerderij van 25 november 1981. Dat is voor ons enigszins een verrassing. Dus..  blijkbaar heeft er in 1981 in het weekblad Boerderij een uitgeschreven patroon van een gehaakt mutsje uit Cadzand gestaan? Wat bijzonder! We kunnen ons niet echt voorstellen dat boeren dat interessant hebben gevonden, het lijkt ons eerder leuk item voor de Ariadne.

Foto Jenny Rosendaal

Veel vragen buitelen nu door ons hoofd: wat was de aanleiding hiervoor, en wie heeft dit patroon dan gemaakt? En, is het wel een authentiek patroon?

Er rest ons maar een ding: proberen dat blad uit 1981 boven water zien te krijgen om zodoende te kunnen achterhalen wat de context is, en waar het originele patroon vandaan komt. Gelukkig zijn daar de dames van Uitgeverij Misset, waaronder het weekblad Boerderij valt. Uitermate aardig en behulpzaam neemt de eerste contact op met haar collega van het archief, die mij terugbelt en alles door zal geven aan de derde, die nu net met vakantie is. Ze gaan in ieder geval hun uiterste best doen om dit desbetreffende nummer boven water te vissen.

Wordt vervolgd.

zaterdag 16 oktober 2021

Sparen en verzamelen

De nieuwe Zeeuws Weerzien is weer uit! En ook voor deze editie mochten wij een stukje, én patroontje aanleveren. Het thema van deze krant is 'sparen en verzamelen'. Iets wat wij allemaal wel kennen, en hoogstwaarschijnlijk doen, of gedaan hebben, want welke breister of haakster heeft er nou géén verzameling wolletjes in de kast liggen ;)


We doken in ons archief en vonden daar twee gebreide buideltjes, ooit ontworpen en gebreid voor een workshop die Anja gaf. In die workshop stond destijds het leren breien van 'spietjes' centraal. Spietjes?
Jawel, dat zijn de driehoekige inzetstukjes die in de oksels en hals van visserstruien worden gebruikt om daar meer ruimte te creëren, om zodoende goed te kunnen bewegen.



Zo'n buideltje is natuurlijk ideaal om van een restje garen te maken. Of om restjes garen in te bewaren! Gebruik je dun garen dan wordt het buideltje niet zo groot, zoals het witte buideltje, maar neem je dikker garen dan kun je een robuuster tasje maken, zoals het grijze.. voor ieder wat wils!

Nieuwsgierig naar het verhaal en het gratis patroon? Je vindt het op de website van Zeeuws Weerzien.