vrijdag 18 juni 2021

Zomerstop

Nog twee weken, en dan breekt voor ons de zomervakantie-periode aan. Zoals elk jaar piepen we er dan digitaal een poosje tussenuit. Of het ook mogelijk is om in persona de hort op te gaan is natuurlijk nog afwachten, maar hopelijk lukt het ons om deze zomer het mooie Zeeuwse land een poosje te verlaten voor 'avonturen elders'.

De wolwinkel van Jeanet in Arnemuiden blijft wél open, maar kijk áltijd eerst even op haar website of ook zíj de deuren niet eventjes dicht gooit ;) Zou zomaar kunnen, he, als het erg warm is.

Anja en Stefanie zijn afwezig van 1 juli t/m 15 september. Mocht je dringende vragen hebben, dan kan het dus langer duren dan je gewend bent voordat er een reactie komt. 

Wij wensen iedereen een corona-vrije en mooie zomer toe!

dinsdag 18 mei 2021

Babydekentje Adriana

Regen, kou, wolken en nat gras.. de afgelopen tijd waren de omstandigheden voor het maken van foto’s nou niet echt uitnodigend. Het was lang wachten op een mooie dag met zon en warmte, met daarbij ook nog eens ruimte in de agenda. Maar toen die dag eenmaal aanbrak was het genieten van ons kleine fotomodel Benjamin.. en natuurlijk van ons nieuwe patroon: Babydekentje Adriana!

We togen naar Zuid-Beveland, naar Hoeve van der Meulen, de plek waar wij de originele deken in de bedstee vonden. Geen betere plek om ons babydekentje op de gevoelige plaat vast te leggen, toch?










Ons kleine fotomodel gedroeg zich werkelijk voorbeeldig! Tegen de tijd dat hij moe werd namen we nog wat foto’s van het dekentje in de boerderij zelf. Mooi om te zien hoe de zachtgele tint van het dekentje precies overeenkomt met de gele tint van de deuren, dat hebben we toch maar even goed uitgezocht!



Babydekentje Adriana is gebreid van Annell Miami, dit garen is een mix van 60% katoen en 40% acryl. Lekker praktisch dus, en goed uitwasbaar. Het fijne van dit garen is dat het ook heel geschikt is voor de  zomertijd. Het formaat van het dekentje is 85 x 115 cm.

Het dekentje is gebreid in een pauwensteek, en heeft aan de zijranden puntjes van ajour. Het ziet er misschien best wat ingewikkeld uit, maar is relatief eenvoudig te breien!

Natuurlijk kun je dit dekentje ook in andere kleuren breien, en van ander garen. Hiervoor kun je contact opnemen met Jeanet van BLIJ DAT IK BREI. Koop je het garen bij haar, dan krijg je het patroon van babydekentje Adriana er gratis bij. Het losse patroon koop je HIER.

Met dank aan onze hulptroepen Riet Andreus en Linda van Keulen-Meerman!


vrijdag 16 april 2021

Dubbelcheck - vervolg

De sprei die we vinden in Hoeve van der Meulen lijkt bij nader inzien helemaal niet gemaakt te zijn door Maria Bruggeman, de laatste boerin die hier met haar man, schoonouders en zoon Adrie leefde! Door onze extra controle (dubbelcheck!) wordt deze logische aanname jammer genoeg onderuit gehaald. Om eerlijk te zijn hebben we daar best even de pest over in. Er is veel tijd gestoken in het onderzoek naar Maria en haar levensverhaal, en dat verhaal kan nu zó de prullenbak in.

Hierdoor neemt deze zoektocht een nieuwe, en ook onverwachte wending. Toeval wil dat Nanda van den Berg het door haar gezochte textiel om Hoeve van der Meulen in te richten als museumhuis heel dicht bij huis vond. Het grootste deel van het brei- en linnengoed dat nu in de Hoeve te zien is, is namelijk afkomstig van Nanda’s inmiddels overleden buurvrouw mevrouw Adriana van Liere-Zeevaart. En zo draait ons verhaal 180 graden en gaan we van rijke boerin Maria Catharina Bruggeman uit ‘s- Heer Abtskerke, hups naar huisvrouw Adriana Zeevaart uit Nisse; de buurvrouw die de sprei wél breidde, en die nog meer handwerk achterliet. En, er is nog meer toeval: mevrouw van Liere werd óók Adrie genoemd werd, net zoals de laatste mannelijke bewoner van de hoeve. 

Adriana Zeevaart is afkomstig uit Baarland en komt uit een ‘gewoon’ gezin; vader Adriaan is vrachtrijder, moeder Tannetje huisvrouw en grootvader Traas (van moeders kant) is koopman/herbergier. En tja, dat boerengoed? Daar moest Adriana indertijd helemaal níks van hebben. Geboren in 1912 werd zij - zoals gebruikelijk was - door ‘moeder’ in de protestantse Zuid-Bevelandse dracht gehesen. Ook voor haar oudere zusje Anna, haar jongere zusje Geertje en haar twee jongste broertjes Adriaan en Bastiaan was de klederdracht de gewoonste zaak van de wereld. Wanneer zal Adrie het idee gekregen hebben dat ze de dracht liever omruilde voor burgermode? Zij zal er beslist een duidelijke mening over hebben gehad, want uiteindelijk blijkt zij een van de eersten in Baarland zijn die haar dracht aan de wilgen hangt! Hoe haar moeder dit gevonden heeft weten we niet, maar we kunnen ons er wel iets bij voorstellen: de meeste ouders vonden het helemaal níets als hun dochter ‘op z’n burgers’ ging.

Als Adriana een jaar of twintig is krijgt ze kennis aan een aardige jongeman, Jan van Liere uit Nisse. Jan verdient de kost als aardappelhandelaar, en na een poosje samen ‘gelopen te hebben’ verloven ze zich. Na Adriana’s huwelijk volgen er moeizame jaren: terwijl overal om haar heen haar zusters, nichten en vriendinnen kinderen krijgen blijft tot groot verdriet van Adrie haar eigen huwelijk kinderloos. Ondanks, en misschien wel door het blijvend gemis aan een eigen gezin wordt Adriana een ontzettend lieve, betrokken en zorgzame tante voor haar neefjes en nichtjes. Ook is ze dol op haar buurkinderen en maakte ze voor elke geboorte wel een kraamcadeautje. Want handwerken, ja dát doet Adriana het allerliefste. We vragen ons af hoe het was om in die jaren ongewild kinderloos te zijn. Of het bespreekbaar was, en hoe vrouwen die dit overkwam gezien, en behandeld werden binnen de gemeenschap.

De sterke band tussen Adriana en haar neven en nichten zal blijven bestaan tot aan haar overlijden op 95-jarige leeftijd in 2008. En dan eindigt het verhaal van Adriana van Liere-Zeevaart. Omdat Adriana geen kinderen kreeg leeft zij niet voort in verhalen die kinderen en kleinkinderen vertellen over hun (groot-)ouders. Alleen haar handwerk bleef achter, handwerk dat nu een welkome plek heeft gekregen in Hoeve van der Meulen. Zo blijft er toch nog iets tastbaars van Adriana bewaard. We vinden het mooi dat we haar breiwerk en haar verhaal hebben kunnen achterhalen, én vastleggen!

De sprei die Adrie breidde is een eenpersoons sprei van 200 x 161 cm. Zoals vaker gebeurde bij spreien werd hij in banen gebreid. Omdat rondbreinaalden nog niet voor iedereen beschikbaar waren, was de breedte van grote breiwerken op rechte naalden vaak een probleem. Door in banen te breien, en deze banen later aan elkaar te naaien kon men de gewenste breedte verkrijgen. De sprei is opgebouwd uit drie stroken van 49 cm breed en twee zijranden met puntjes van max 7 cm breed. De zijranden zijn los gebreid en er later aan genaaid. Opvallend detail is dat de zijranden links en rechts op dezelfde wijze gebreid zijn, waardoor de ene rand ‘op zijn kop’ zit ten opzichte van de andere. 

We gingen aan de slag om van deze sprei een patroon te ontwikkelen in het formaat van een babydekentje. We noemen het patroon van dit babydekentje Adriana, naar de maakster. Nieuwsgierig naar het patroon? Wordt wederom vervolgd!



vrijdag 2 april 2021

Naar Goeree!

Jaren geleden maakte Cootje Goekoop een haakpatroon van een Goereese haakmuts voor de Portdagen in Goedereede, Zuid-Holland. Tijdens dit jaarlijks terugkerende dorpsfeest is het de gewoonte dat inwoners oude, historische kleding dragen. Het leek Cootje leuk als alle vrouwen en meisjes uit het dorp de witte, gehaakte mutsjes zouden dragen, die traditioneel bij de Goereese streekdracht hoorden. Onlangs maakten wij een (digitaal) uitstapje naar Goedereede, in de hoop het patroon van Cootje te achterhalen. Dit patroon zou ons zomaar verder kunnen helpen met het maken van een patroon van een Zeeuwse aekmuste.

Cootje, zelf jarenlang lerares geweest, ging voor het maken van haar patroontje naar het streekmuseum in Middelharnis, waar ze een enorme stapel haakmutsen bestudeerde. Uit al deze mutsen stelde ze een eenvoudig basispatroon samen. Het patroon moest vooral niet te moeilijk zijn; het moest voor zoveel mogelijk vrouwen toegankelijk zijn. Nadat het patroon klaar was deelde ze het uit onder de meisjes en vrouwen in het dorp, met de uitnodiging om ieder een eigen mutsje te haken. Uiteraard kon men bij haar aankloppen voor hulp bij het haken.

Cootje Goekoop - foto’s Stichting Goereese Portdagen

Cootje had eerder al gezocht op Goeree en Overflakkee of er misschien patronen op papier bestonden, maar ondanks intensief speuren heeft ze die niet kunnen vinden. Zoals gebruikelijk was haakten en breiden vrouwen indertijd uit hun hoofd wat ze mooi vonden, of waar ze goed in waren; de een deed dit, de ander dat. Sommigen haakten bijvoorbeeld een extra rand aan hun muts. Dit soort individuele randjes en strookjes nam Cootje expres niet in haar patroon op. Ze schreef een eenvoudig basispatroon, zodat het allemaal niet te moeilijk werd. Ook de dikte van het garen en de gebruikte haaknaald koos ze bewust niet te fijn.

De inspanningen van Cootje waren een daverend succes! Tijdens de Portdagen die volgden waren er veel ‘witte hoofden’ van vrouwen en meisjes te zien met hun gehaakte mutsjes op. 

Collage Portdagen - foto’s Stichting Goereese Portdagen

Ook Marian van Oostenbrugge haakte voor de Portdagen zo’n mutsje voor zichzelf naar het patroon van Cootje. Nadat zij onze blogpost had gelezen over onze zoektocht naar haakmutsen in Zeeland, liet ze ons weten dat zij zelf ook een mutsje had gehaakt, en of wij wisten dat er op Goeree een patroontje van bestond.

Marian van Oostenbrugge - foto Marian van Oostenburgge

Nee, dat wisten wij niet.. wat een leuke tip! Dankzij Marian kwamen wij met Cootje in contact en kregen we haar patroon toegestuurd.

Nu rijst natuurlijk de vraag waarom wij geïnteresseerd zijn in een Zuid-Hollands haakmutsje en een nieuw gemaakt ‘modern’ patroon daarvan. We ontdekten al eerder dat de Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden veel overeenkomsten hebben wat betreft geschiedenis en culturele achtergrond. De streekdracht van Goeree-Overflakkee lijkt - kort door de bocht - ontzettend veel op die van Schouwen-Duiveland. Geen wonder eigenlijk, aangezien de twee voormalige eilanden pal naast elkaar in het deltagebied liggen.

Zes zusters in de klederdracht van Goeree-Overflakkee - foto Patricia Kleinendorst

Op fotomateriaal is te zien dat bij de Zuid-Hollandse klederdracht dezelfde soort gehaakte en gebreide mutsjes gedragen werd als in delen van Zeeland het geval was. Zou het een logische veronderstelling zijn dat ook in andere delen van Nederland gehaakte en gebreide mutsjes gedragen werden? Onderzoek bevestigd dit. In delen van Friesland, Drenthe, Overijssel en Twente zien we eenzelfde soort type gehaakte en gebreide mutsjes terug. Gelukkig is een flink aantal van dit soort mutsjes digitaal vastgelegd, waardoor het mogelijk is om ze te met elkaar te vergelijken.

Met het patroon van Cootje in handen haken we een eerste proefmutsje. Haar patroon biedt ons een goed uitgangspunt om te kijken hoe zo’n mutsje opgebouwd wordt. Binnenkort willen we aan de slag gaan met een proefversie van een Zeeuws mutsje. Voor zover er natuurlijk sprake is van een Zeeuws mutsje, want de vele haakmutsen die wij inmiddels in handen hebben gehad bevestigen dat het ook hier veelal gaat om allemaal unieke stukken, elk met zijn eigen maat, motief, vorm en grootte van rabat en linters. Het zal nog lastig worden om daar een keuze uit te maken.

woensdag 24 maart 2021

Kapertje aan de kust

Deze week hadden we bestuursvergadering, online zoals zoveel vergaderingen tegenwoordig (moeten) plaatsvinden. Het grote voordeel is dat we geen reistijd en -kilometers hebben, we wonen ruim 60 km van elkaar. Het hele grote nadeel is dat we elkaar inmiddels al een jaar niet meer fysiek hebben gesproken.

We kunnen er lang en kort over praten, het is zoals het is...precies zoals Jeanet ook aangeeft op haar blog.
Helaas hebben we moeten besluiten om heel dit kalenderjaar niet deel te nemen aan activiteiten, beurzen, handwerkdagen en ook geen lezingen en presentaties te geven. We hopen met heel ons hart dat 2022 een ander jaar mag worden.

Toch is het niet alleen kommer en kwel. Met de beperkte beschikbare middelen die er nu zijn proberen we ons onderzoek zo veel als mogelijk voort te zetten en de resultaten daarvan met jullie te delen.

Eén van de zaken waar we ons in aan het zijn verdiepen is het fenomeen 'kapertje'. We bedoelen hier niet 

ka·per (meervoud: kapers)1(m,viem. die een vervoermiddel kaapt2(m(historisch) schip van zeeroverser zijn kapers op de kust er zijn meer gegadigden

(Van Dale gratis woordenboek)

Bijna verdwenen in de mist van de tijd was de kaper ook iets heel anders, namelijk een kledingstuk.
Hoe komen we daar nu weer bij zullen jullie je afvragen. Het ging als volgt:
In digitale zoektochten vinden we in het archief van het Nederlands Openluchtmuseum al enige tijd geleden deze muts, gedragen door een meisje op Zuid-Beveland:

Collectie: Nederlands Openluchtmuseum

Nu moeten we bekennen dat we zo iets nog nooit hadden gezien én omdat het het enige kapertje was die we tegenkwamen hebben we het opgeslagen ergens in ons achterhoofd en er verder niets mee gedaan. Na enige tijd dook het kapertje weer op: in een beeldgesprek met Jankees Goud - kenner van mutsen en kappen uit vele streekdrachten - kwam het ter sprake. Kapertjes werden in meerdere streken van Nederland gedragen en er werden allerlei versiersels aan toegevoegd. Zelfs opgenaaide plastic hondjes waren in de 20e eeuw niet te gek. Nu worden we nieuwsgierig.

Collectie: Nederlands Openluchtmuseum

Via een ander kanaal komen we opnieuw het fenomeen 'kaper' tegen. We weten niet hoe het jullie vergaat, maar wij bekijken meer series en documentaires dan in de jaren VC (Vóór Corona). In een documentaire-reeks over de ridders en krijgers komt ook de kleding uitgebreid aan bod, niet alleen de bekende kledingstukken zoals helmen en maliënkolders, maar ook wat zij ónder hun helm dragen. Hebben jullie je dat al eens afgevraagd? Wat draagt een krijger/ ridder/ soldaat onder zijn helm? Wij hadden er nog nooit over nagedacht.

En wat is het geval: de 'muts' die een ridder onder zijn (of haar) helm draagt heet een 'kaper' en heeft precies hetzelfde model als het kapertje wat wij eerder al vonden in het Nederlands Openluchtmuseum. Als de naam van dit kledingstuk hetzelfde is als in de 13e eeuw, zou het dan kunnen zijn dat deze muts ruim 700 (!) jaar in gebruik is geweest?

In het Frans heet de kaper een 'coif' en als je daar op zoekt vind je meer informatie dan in het Nederlands. De kaper werd gemaakt zoals een maliënkolder (met metalen ringen), van leer, van gevoerde stof of van linnen. 

We weten dat het kapertje niet typisch Zeeuws is - wij hadden er zelfs nog nooit één gezien - en in verschillende delen van Nederland werd gedragen, maar we worden nu toch wel erg geïntrigeerd. en daarom gaan we terug naar de 20e eeuw:
In de beschrijving van het Nederlands Openluchtmuseum lezen we dat het kapertje zoals hierboven is gedateerd van vóór 1976. Men weet blijkbaar niet wanneer dit exemplaar daadwerkelijk nog werd gedragen.
Dat zou kunnen betekenen dat er misschien nog mensen zijn van onze leeftijd (we zijn inmiddels allemaal de halve eeuw gepasseerd) of ietsje ouder die dit kledingstuk zelf hebben gedragen of weten dat het gedragen werd.

Wie biedt? Reageren kan via dit e-mailadres.


vrijdag 12 maart 2021

Check, check.. dubbelcheck!

Soms kun je er zó ontzettend naast zitten tijdens een onderzoek! Het zijn vaak de mooiste, dát dan weer wel. In ieder geval de meest tijdrovende. Want het lijkt zo simpel: men neme een oude boerderij, wat oud breiwerk, de namen van de laatste bewoners en dan lijkt alles appeltje eitje. Had je gedacht!

De sprei die we onverwachts vinden in Hoeve van der Meulen (een oude, opgeknapte boerderij van Stichting Zeeuws Landschap in ’s Heer Abtskerke, die jarenlang vervallen is geweest en leeg heeft gestaan) is er eentje die ons meteen aanspreekt. Geen ingewikkelde toestanden, maar een eenvoudig gebreide deken met een leuk puntrandje aan de zijkanten.



De sprei ligt nonchalant in een van de bedsteden gefrommeld. We mogen er foto’s van maken en breien vervolgens een proefmodel. Geen grote sprei, zoals het origineel, maar een prototype in het formaat van een babydekentje. 

Ondertussen zoeken we verder naar de maakster van deze sprei. Dat moet niet zo moeilijk zijn, we dateren het breiwerk beslist niet als museaal. De laatste boerin die hier woonde overleed in 1975 in de leeftijd van achtentachtig jaar oud. Zij heette Maria Catharina Bruggeman en was getrouwd met Guiljam van der Meule. Hun enige, ongetrouwde zoon Adrie was de laatste bewoner van de Hoeve. En ja, hij was degene die de boel zo liet verkrotten.

We duiken in het leven van Maria Bruggeman en proberen te achterhalen wie zij was, hoe zij leefde en bijvoorbeeld ook hoe ze er uit zag. Aan de hand van de vele officiële gegevens kunnen we een aardig levensverhaal reconstrueren. Dit onderzoek neemt best wat tijd in beslag. Er zijn geen mensen meer in leven die haar gekend hebben, en in het boekje dat Het Zeeuwse Landschap heeft uitgegeven staat veel informatie over haar zoon Adrie, over de hoeve en de jarenlange restauratie, maar weinig tot niets over de laatste boerin die hier leefde. 

Toch weten we er aan de hand van haar stamboom en wat overleveringen een aardig verhaal van te maken. Over een rijke boerendochter van stand, die trouwde met de enige erfgenaam van de hoeve, en daar woonde samen met haar schoonouders. Over hoe slim ze was, maar ook hoe ‘makkelijk’, en vuul. Dat ze maar één kind kreeg en hoe trots ze was op haar spullen. We vinden ook een foto waarop ze staat afgebeeld: een wat oudere vrouw in dracht met een hoedendoos in haar hand. 

Missie geslaagd. Dat zou je denken. Maar dan slaat bij ons de twijfel toe. Als deze boerderij jarenlang zo enorm vervallen is geweest, is het dan wel logisch dat er zoiets als een gebreide sprei bewaard is gebleven? Het dak was kapot, de bomen groeiden door de muren en het water verwoestte enorm veel van het inventaris.  

Daarom nemen we contact op met Nanda van den Berg, beleidsmedewerker van Het Zeeuwse Landschap. Zij vertelt ons over hoe Het Zeeuwse Landschap haar vroeg om het gerestaureerde huis te veranderen in een ‘museumhuis’. Wat daar allemaal voor nodig was, en hoe de originele inventaris daarom gemengd werd met aangekochte stukken. En dan het textiel.. inderdaad, waar wij al bang voor waren klopt: het originele textiel is allemaal verloren gegaan. Omdat er helemaal níets bruikbaars meer over was werd Nanda gedwongen om op zoek te gaan naar authentieke vervanging. Nou, daar gaat dan ons verhaal over Maria Bruggeman: haar rol in de ontstaansgeschiedenis van de sprei blijkt dus bij nader inzien nihil. 

Wordt vervolgd!

vrijdag 5 februari 2021

Digitale keukentafels

'Digitale' keukentafels, we zijn er al een poos mee in de weer, onder andere bij ons onderzoek naar de Zeeuwse haakmutsen. Haakmutsen blijven voor ons een wat ondoorgrondelijk onderdeel van de Zeeuwse streekdrachten, dat komt voornamelijk omdat we er niet mee zijn opgegroeid. Vraag ons iets over lagetten en streeksels, over boven-, onder- of bultmutsen, en dan gaan we los.. maar haakmutsen kwamen ‘bij ons’ niet voor. Bovendien zijn we er inmiddels ook achter dat er nooit eerder iets is vastgelegd over deze gehaakte en gebreide mutsjes; er zijn dus geen bronnen waaruit we kunnen putten.

Het feit dat we alle denkbare wegen moeten bewandelen om iets meer over haakmutsjes te weten te komen - laat staan om er iets zinnigs over te kunnen zeggen - maakt dit onderzoek ook weer uitermate interessant, leerzaam en boeiend!

Neeltje Keur uit Scherpenisse, foto’s geplaatst met toestemming Openluchtmuseum Arnhem

Het begon indertijd allemaal met foto’s van de haakmuts van Neeltje Keur. Het breimotief hiervan gebruikten we in Het Beddengoed van Tante Zoet, en ook ontwierp Anja er het babydekentje ‘Vo ’t Guusje van Neeltje’ mee. We bezochten Ria Moerland, die Neeltje en haar zusters nog gekend heeft, thuis in Scherpenisse (toen dat nog gewoon kon) en we hoorden leuke verhalen over Neeltje. Maar.. hoe het nou precies zat met die haakmutsen? Dat moeste we nog allemaal uitvogelen.


Anja en Ria Moerland met de spulletjes van Neeltje Keur

Daarom gingen we nog niet zo heel lang geleden op bezoek bij bij Teunie Wessels in Zierikzee (jawel, in dit geval voordat de strengere lockdown van kracht werd). Teunie is al jaren ladyspeaker van klederdrachtvereniging De Arke uit Zierikzee.


Teunie Wessels, foto geleend van Internet, fotograaf onbekend

Zelf afkomstig van het Zuid-Hollandse Flakkee ontwikkelde Teunie al vroeg de liefde voor de streekdrachten door haar opoe, die heel haar leven in de Flakkeese dracht liep. Na het overlijden van opoe had niemand van de acht kinderen belangstelling voor het ‘goed’, behalve Teunie en haar moeder. Zodoende kregen zij de klederdracht in hun bezit en ging Teunie zich er steeds meer in verdiepen. Inmiddels heeft zij een respectabele kennis van streekdrachten opgebouwd.

Teunie kent de gebreide lapjes nog wel, die als voorbeeld werden gebruikt bij het kiezen van een breimotiefje voor de haakmutsen. Op breischooltjes moesten meisjes naast sokken ook vierkante lapjes leren breien. Deze lapjes werden vaak op karton geplakt om als voorbeeld te kunnen dienen bij het breien van andere kledingstukken. Helaas heeft zij zelf niet van dit soort lapjes in haar bezit. Van Teunie krijgen we wel een zak vol haakmutsen te leen uit het depot van De Arke. Deze mogen we nader bestuderen, wat ontzettend aardig!

Ook Suus en Vincent Hofman helpen ons graag bij ons onderzoek naar haakmutsen. Suus is conservator streekdrachten bij Museum de Bevelanden in Goes. Zij heeft voor het museum al eerder onderzoek gedaan naar haakmutsjes. 

Suus Hofman, foto geleend van internet, fotograaf onbekend

Vanwege de dan al geldende corona beperkingen spreken we online met Suus en Vincent af. Het heeft flink wat voeten in de aarde, maar na wat gedoe en gepruts lukt het uiteindelijk om met elkaar te videobellen. We moeten improviseren in deze bijzondere tijden, en dat valt niet altijd mee.

Ondanks de beperkingen die videobellen met zich meebrengt wordt het niet alleen een leerzame, maar ook een héél gezellige avond. De aantekeningen die Suus over haakmutsjes maakte komen boven water en die bieden ons veel extra informatie. Bovendien laten Suus en Vincent ons een aantal haakmutsen zien waar ze ons meer over kunnen vertellen. We kijken naar vormen, afmetingen, patronen en motieven. We meten rabatten op en vergelijken de wijzen waarop linters gemaakt zijn. Langzaam ontstaat bij ons het idee dat we een klein beetje grip gaan krijgen op het fenomeen ‘haakmutsen’.

Er staan nog twee mensen op ons ‘lijstje’ die we heel graag willen spreken omdat we zéker weten dat zij veel van haakmutsen afweten. Jankees Goud is er een van. Ook met hem gaan we digitaal om de keukentafel. Wat een leuke middag wordt dit weer! 

Jankees Goud en Stefanie tijdens de Streekdrachtendag in Westkapelle

Met Jankees gaan we van de hak op de tak, en via allerlei omwegen en anekdotes komen we deze middag weer veel te weten. Ook heeft Jankees diverse interessante afbeeldingen en foto’s voor ons die we mogen gebruiken.. wat een weelde! We zullen nog niet beweren dat we inmiddels experts zijn op het haakmutsen-gebied, maar veel geheimen worden langzamerhand onthuld.

Er is nu nog één mevrouw die we heel graag zouden willen spreken. Zij is expert op het gebied van de Zeeuws-Vlaamse drachten. Ook in Zeeuws-Vlaanderen werden vroeger haakmutsen gedragen, en we hopen daarom dat wij binnenkort ook met haar digitaal ‘om de tafel kunnen’.

Jullie zien het; ondanks de lockdown proberen we zo goed en kwaad als het kan door te gaan met onze onderzoeken voor het nieuwe boek. De uitgifte hiervan zal door alle beperkingen veel langer gaan duren dan wij bij de presentatie in Arnemuiden hadden gedacht. Maar.. we zijn allang blij met al die digitale keukentafels, waardoor we tóch verder kunnen!