Posts tonen met het label labedissen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label labedissen. Alle posts tonen

vrijdag 11 maart 2022

Pronte Wuuven: Haak in, haak aan, haak af

Je houdt ervan of je haat het: haken. Soms lijkt het net of 'haken' en 'breien' twee verschillende werelden, misschien wel twee verschillende kampen zijn. Wij houden het liever ergens in het midden: we doen het één liever dan het ander en soms draait dat om.

Net zoals we op zoek gingen naar de ontwikkeling van het breien proberen we ook al heel wat jaren de ontwikkeling van het haken te beschrijven. Maar: het fenomeen 'haken' bleef deels ondoorgrondelijk. Recent vonden we wel in verschillende uitgaves over 'nuttige handwerken' - zeg: in de loop van de 19e eeuw - dat 'breiden, naaijen en knoopen' nuttige handwerken zijn, maar dat er aan haken werkelijk geen alinea, zelfs nog geen letter wordt gewijd.
Blijkbaar is haken geen nuttig handwerk, maar toch wordt het door veel mensen fanatiek beoefend. 
De vraagtekens blijven staan.

Omslagdoek Katharina
patroon gratis bij aanschaf van het garen
bij 'Blij dat ik brei'

maandag 19 oktober 2020

Labedissen Prina

Het zat al er al een poosje aan te komen: een nieuw patroon! En nu is het dan eindelijk zo ver: het patroon van de gehaakte Labedissen Prina is helemaal af en te koop in onze webwinkel!

Op oud fotomateriaal zien we regelmatig zwarte, wollen labedissen voorbij komen. Op die foto’s lijken de verschillende paren vaak erg op elkaar, het is dan ook onmogelijk om van de afbeeldingen patronen te ontcijferen.

donderdag 18 juni 2020

Het vervolg naar de zoektocht van labedissen Mijntje

De afgelopen tijd vervolgden we onze zoektocht naar de herkomst van labedissen ‘Mijntje’: de labedissen waar Anja een modern patroon van maakte, en die zo prominent in het blad Landleven kwamen te staan.

Tot onze blijdschap blijkt er in het ZM tóch meer informatie opgeslagen te zijn over dit specifieke paar dan we in eeste instantie te horen krijgen. We ontvangen de volgende gegevens: de labedissen zijn aan het ZM geschonken door M. Trimpe Burger uit Kloetinge. Of de labedissen ook door de schenker zelf gedragen zijn is niet duidelijk. We houden het er voorlopig maar op dat ze ‘uit de familie’ kwamen. Verder wordt nog vermeld dat de labedissen zijn gedragen bij de protestantse dracht en dat ze stammen uit de periode 1875-1900.

Prentenbriefkaart ca 1900 door M. de Waard, Beeldbank Zeeland, recordnr 9462

De familienaam Trimpe Burger is geen veel voorkomende Zeeuwse naam, dus nemen we contact op met Henk Trimpe Burger, een kennis van ons, van wie we weten dat zijn familie ook uit Kloetinge afkomstig is. Ondertussen pluizen we alvast de stamboom van deze familie uit. Gaan jullie met ons mee terug in de tijd?

dinsdag 14 april 2020

Labedissen Mijntje


Afgelopen oktober verscheen er in het blad Landleven een uitgebreid artikel over Zeeuwse labedissen. De labedissen - en wijzelf - stonden in het middelpunt van de belangstelling - en dat wel vijf pagina’s lang! Onze trots was groot, en het aantal positieve reacties op het artikel overweldigend.

© Landleven

De originele labedissen met dit motief liggen zorgvuldig opgeslagen in het depot van het Zeeuws Museum. Ze zijn - zoals de meeste labedissen - erg lang en reiken tot ver over de bovenarmen. Dit had natuurlijk een praktische reden: ze waren bedoeld om de blote armen van de vrouwen helemaal te bedekken en beschermen. Omdat we denken dat deze lengte niet zo goed draagbaar is bij het huidige modebeeld ontwikkelt Anja, speciaal voor dit artikel, een kortere variant die tot aan de elleboog reikt. Een versmalling bij het polsdeel zorgt voor een betere pasvorm.



zondag 8 maart 2020

Maten en meten


Bij het namaken van originele gebreide en gehaakte stukken uit de Zeeuwse streekdrachten lopen we regelmatig tegen ‘uitdagingen’ aan. Zo bogen we ons in het begin van dit project bijvoorbeeld over de vraag over hoe om te gaan met foutjes in originele stukken. Na al het ‘gedoe’ met de beschrijving van Avonddoekje Wanne hebben we daar al snel een duidelijk standpunt over ingenomen. 

Een ander ‘ding’ waar we soms lang en uitvoerig over brainstormen heeft te maken feit dat kleding vroeger precies ‘pas’ werden genaaid, gehaakt of gebreid. Er bestonden geen confectiematen in boerenkleding, dus al helemaal geen standaardmaten. Hoe bereken je dan de maten van replica kledingstukken voor de patronen die we ontwikkelen?

De meeste kleding in Nederland wordt verkocht in de confectiematen 34 tot 46, in veel winkels worden ook de maten S t/m XL gehanteerd. Bij het namaken van een gebreid werkvestje kun je redelijk eenvoudig de maat bepalen aan de hand van een kledingstuk uit de confectie. Een maatje kleiner of groter is dan ook best eenvoudig uit te rekenen.

Bij het ontwikkelen van het patroon van een paar gehaakte labedissen is het toch allemaal wat lastiger dan in eerste instantie gedacht. Armen hebben van zichzelf geen maat, er is geen referentiekader waar je originele labedissen aan kunt toetsen. Door het paar te passen krijg je wel ongevéér een beeld welke maat het zou moeten worden.


maandag 21 oktober 2019

Labedissen en Landleven


Wat een leuke dingen zijn dat toch, die labedissen. Niet alleen levert de naam met regelmaat vragende blikken en stoethaspelende uitspraken op, ook de interesse voor dit kledingstuk wordt steeds groter. 



En, vraagt u zich nou af hoe het zit met die cliffhanger uit onze vorige post? De laatste tijd horen wij opvallend vaak Zeeuwse vrouwen, die heel hun leven lang al streekdracht breien, de naam ‘kneuen’ of ‘kneutjes' voor polswarmers gebruiken. Blijkbaar werden hand- of polswarmers waarvan de rand tot aan de knokkels van de vingers komen in het Zeeuwse ook zó genoemd!  Na Anja's gefilosofeer uit de vorige post snappen we nu waarom. Wellicht werd het woord 'kneutjes' ook wel elders in het land gebruikt, we horen het graag. 
Maar, terug naar de labedissen.

Tijdens de verkoopmarkt van het Polderhuis in Westkapelle afgelopen zomer raken we in gesprek met Betje. Betje is een van de dames die breit voor de Tuus Emaekt Markt. Samen met een aantal dames komen ze 1 keer per maand bij elkaar en thuis breien ze sokken en zo. Voor het goede doel.

We kopen van Betje niet alleen een paar oude zwarte kousen die van haar vader zijn geweest. Betje heeft namelijk ook een paar lichtblauwe gebreide labedissen liggen! Het zijn wél replica’s, geen originele, dat wel. Ze vertelt dat het patroon ooit in de Landleven heeft gestaan en afkomstig is van een vrouwtje uit Serooskerke.


Onze ogen gaan glimmen: zouden we hier te maken hebben met een origineel patroon van een boerenvrouw uit een van de Walcherse dorpen? Ik spreek met Betje af, en bezoek haar een paar maanden later thuis. Helaas. Betje kan het patroon niet meer terug vinden. Ze heeft overal voor me gezocht. Wat jammer nou, ik had zó graag geweten van welke boerenvrouw dit patroon afkomstig was. 
“Maar”, zegt Betje, “het was geloof ik eigenlijk een patroon van beenwarmers. Maar ik dacht: die kun je ook aan je armen dragen, dan zijn het labedissen!”

Ik begrijp er eerlijk gezegd niks meer van. Denk niet dat Betje vergeetachtig is, hoor, met haar 91 jaar is ze kraakhelder van geest, en van lijf en leden! Omdat we er verder niet uitkomen besluit ik thuis op het internet te gaan zoeken naar het patroon uit de Landleven van de desbetreffende beenwarmers. De eerste hit is raak: ik vind 3 paar beenwarmers in hetzelfde breipatroontje, in een uitgave van 2014. Dat raadsel is dan tenminste opgelost! Alleen dat vrouwtje uit Serooskerke, hoe dát dan zit begrijp ik nog steeds niet. Maar daar komen we waarschijnlijk nooit meer achter.


Totdat mijn blik valt op de naam van de maakster het patroon van de beenwarmers. Er gaat een lichtje branden.. het zou toch niet? En jawel. Als ik doorklik kom ik op de website terecht van Kiki Visser. Uit Serooskerke.. op Schouwen Duiveland!

Terwijl u dit leest zitten wij - Anja, Jeanet en Stefanie - hoog in de lucht en vliegen wij naar Portugal. Wij zullen daar een presentatie verzorgen voor de deelnemers aan het Europese Cherish Project over cultureel erfgoed, en hoe je dit mee kan nemen naar de toekomst.

Terugkomend op labedissen en Landleven: in het novembernummer van Landleven verschijnt een artikel over ons en over jawel.. labedissen! Voor dit artikel hebben we speciaal voor Landleven een patroon uitgewerkt van een paar originele gebreide labedissen. We zijn benieuwd naar jullie reacties!

Een uitgebreid patroon van deze labedissen Mijntje, zowel voor heen en weer breien als voor rond breien, is te koop in de webshop. In hetzelfde patroon staat ook informatie over het spannen van breiwerk.

Als jullie het garen voor deze labedissen kopen bij Atelier Jaffari in Arnemuiden krijgen jullie het patroon er gratis bij.

Adeus!!

Patroon beenwarmers: Kiki Visser
Foto labedissen en beenwarmers: Landleven


donderdag 17 januari 2019

Polswarmers Tannetje


Wellicht lazen jullie het al op het blog van Jeanet: afgelopen maandag stond in het teken van een fotoshoot voor het blad Landleven. Nu hebben we de afgelopen jaren meerdere fotoshoots gehad, door diverse fotografen. Elke fotograaf heeft een eigen werkwijze en benadering van hetgeen er moet gebeuren, plus de wijze waarop hij/zij dat vorm wil geven. We moeten eerlijk zeggen dat déze fotograaf een verademing was! Wat een aardige man, evenals zijn broer, die assisteerde. We zullen met een glimlach terugdenken aan zijn: “Vriendelijk, dames!”.

Nu al het groene stof weer neergedaald is, gaan we terug naar de orde van alle dag. Zaterdag a.s verloten we 2 vrijkaartjes voor de lezing die Anja en Stefanie zullen geven tijdens de Theevisite bij Tante Zoet op zaterdag 9 februari.


Terwijl wij druk bezig zijn met de voorbereidingen voor de ‘Theevisite’ gaat het onderzoek naar breiwerk in de streekdrachten gewoon door. Onze agenda’s vullen zich in rap tempo met afspraken bij mensen thuis (voor de mooie persoonlijke verhalen); afspraken voor lezingen en presentaties (soms ook bij mensen thuis, wat leuk!!) en afspraken in musea en depots (voor verder onderzoek). 

Inmiddels hebben we ook weer een nieuw patroon in onze webshop geplaatst! Een van de motiefjes die we terug vonden in een avonddoekje was het breipatroon, dat we Tannetje noemden (blok A2). 


Een schattig patroontje, wat zich uitermate goed leent om polswarmers mee te breien. 


donderdag 25 oktober 2018

De labedissen van Lena Bliek


Het meisje dat zo opgewekt op deze ansichtkaart staat afgebeeld heet Lena Bliek. Haar naam staat keurig op de achterkant vermeld. Lena, boerendochter uit Nieuwland (Walcheren) draagt op deze afbeelding, zo is terug te lezen, de kleurrijke kleding van haar grootmoeder. Enige jaren geleden al kregen we deze kaart in handen. Het verwonderde ons dat dit jonge meisje was afgebeeld in een kleurrijk kostuum, zoals dat rond 1800 op Walcheren werd gedragen, lang voor de tijd van de fotografie.


De foto van Lena blijkt gemaakt te zijn in 1894, ruim tachtig jaar nadat de kleding die ze draagt in de mode was. Lena is op het moment dat de foto gemaakt wordt nog maar vijftien jaar oud. Onbevangen kijkt ze de camera in van fotograaf C.W. Bauer te Middelburg. Het schitterende kostuum dat ze draagt, al decennia lang door haar familie gekoesterd en zelden of nooit uit het kabinet gehaald, past haar precies.

Het zal ergens in het voorjaar van 1894 geweest zijn dat Lena, samen met nog vijfendertig anderen van goeden huize, wordt gevraagd om die zomer in de lokale klederdracht te worden voorgesteld aan koningin Emma en prinses Wilhelmina, die een bezoek aan Middelburg zullen brengen. Ter ere van deze heugelijke dag krijgen Emma en Wilhelmina bovendien een album aangeboden met een complete serie foto-afdrukken van alle zesendertig deelnemers:

'Zeeuwsche kleederdrachten, herinneringen aan het bezoek van Hare Majesteit de Koningin en Hare Majesteit de Koningin-regentes aan het eiland Walcheren 21 augustus 1894'.


Van alle deelnemers worden ook afzonderlijke foto’s gemaakt. Hierdoor kunnen wij nu precies zien hoe men zich op zijn paasbest vertoonde aan het eind van de negentiende eeuw, en hoe kleding en sieraden in die tijd gedragen werden. Maar wat vooral uniek is, is dat Lena kleding draagt die nog veel ouder is, namelijk uit het eind van de achttiende eeuw, een tijd waar geen fotomateriaal van bestaat.

We zijn benieuwd naar de herkomst van dit kostuum: van wie zou deze kleding oorspronkelijk geweest zijn? Met behulp van Zeeuwen Gezocht duiken we in de stamboom van Lena Bliek. Als snel vinden we dat Lena’s moeder, Janna Verhulst (1850-?) en haar voorouders uit Wissekerke (Noord-Beveland) afkomstig zijn. In 1871 trouwt Janna Verhulst met Anthonis Bliek (1847-?) van Nieuwland. Omdat Lena een Nieuwlands kostuum draagt zoeken we verder in de stamlijn van haar vader Anthonis.

Dan ontdekken we iets bijzonders. Zowel Anthonis’ grootmoeder van vaders kant, als zijn grootmoeder van moeders kant komen uit hetzelfde gezin; zij waren zusters! Anthonis’ ouders zijn Adriaan Bliek (1800-1875) – landbouwer en burgemeester van Nieuwland - en Maatje Bak (1803-1894), die dienstmeid was voordat ze trouwde en uiteindelijk achttien kinderen op de wereld zette.
Adriaan Blieks moeder is Catharina Adriaanse de Kraker (1772-1832) en de moeder van Maatje Bak Jacoba Adriaanse de Kraker (1769-?). Het lijkt erop dat we de bron van het kostuum gevonden hebben. De gezusters Catharina en Jacoba zijn van goede komaf: hun vader Adriaan de Kraker (1738-1808) was naast landbouwer ook Schout van Nieuwland, en zij waren zijn enige twee kinderen.

Om precies te kunnen bepalen aan wie het oorspronkelijke kostuum behoord zou kunnen hebben gaan we rekenen. Als de kleding gedateerd wordt rond ca 1790, dan moet Lena’s grootmoeder Maatje Bak nog geboren worden (zij is van 1803). Van haar kan de kleding dus niet zijn geweest. Overgrootmoeder Catharina de Kraker is in 1790 achttien jaar oud, haar zuster Jacoba de Kraker eenentwintig. Het lijkt er op dat de kleding dus afkomstig is van één van de twee gezusters de Kraker. Lena draagt op de ansichtkaart dus niet de kleding van haar grootmoeder, zoals verklaard wordt, maar van één van haar overgrootmoeders. Betovergrootvader Adriaan de Kraker was, zoals gezegd,naast landbouwer ook Schout van Nieuwland. Hij moet zeker een belangrijk man geweest zijn, wat een verklaring kan geven voor het gebruik van de rijke stoffen en dure sieraden. Ook is de kleding opvallend smal van maat. Dit kan een aanwijzing zijn dat de kleding in de periode 1790-1800 gedragen is door een jonge vrouw.

Wij zijn niet alleen benieuwd naar de herkomst van het kostuum van Lena Bliek. Ook de labedissen die zij draagt trekken logischerwijze onze aandacht. 



Tijdens onderzoek naar Zeeuws breiwerk in het depot van het Zeeuws Museum kunnen we tot onze grote vreugde de originele labedissen in het echt bewonderen. Met toestemming van het Zeeuws Museum mogen wij in deze blogpost bovenstaande foto’s met jullie delen. Op de foto’s is haast niet te zien hoe fijn, en hoe prachtig ze in werkelijkheid zijn!

Vanwege haar voorliefde voor de oude Walcherse streekdrachten deed ook Sylvia van Dam Merret uit Veere een aantal jaar geleden onderzoek naar het kostuum van Lena Bliek, en dan met name naar het stiklief en de labedissen. Ook Sylvia liet zich inspireren door de prachtige zijden labedissen en breide met de hand gelijkende reproducties. De wol is wat dikker en handmatig breien geeft wat grover effect; desondanks zijn het schitterende replica’s geworden!



Stichting Het Walchers Costuum gebruikt de reproducties die Sylvia breide tijdens klederdrachtshows voor publiek. Ze vallen áltijd op, en er wordt áltijd gevraagd of er ook een patroon van bestaat. Sylvia heeft indertijd al breiend, ‘op zicht’, dit paar gelijkende exemplaren nagemaakt: een breipatroon bestond, en bestaat er niet van.


Wellicht dat wij ons in de toekomst ooit nog eens zullen wagen aan het ontwikkelen van een breipatroon van deze labedissen. De originele exemplaren zijn machinaal gebreid, en daardoor is haast niet mogelijk om ze in dezelfde naalddikte met de hand na te breien. Het uitwerken van de reproducties van Sylvia is wel een optie, maar dan een zeer intensieve en tijdrovende.

Gelukkig hebben we ook góed nieuws te melden: het ajourmotief van de labedisssen van de (over-)grootmoeders van Lena Bliek hebben wij verwerkt in twee blokken van Het Beddengoed van Tante Zoet: een welverdiend eerbetoon aan uniek Zeeuws breiwerk uit lang vervlogen tijden.



donderdag 23 augustus 2018

Labedi.. Labeda.. Labedissen


We horen ze vaker; de meest prachtige en interessante verhalen over kledingstukken, hun herkomst en gebruik. Sommigen ervan klinken heel plausibel, andere ‘zeker-te-weten' feiten roepen toch met enige regelmaat twijfel op, of in ieder geval gefronste wenkbrauwen.
Zo is er natuurlijk het overbekende verhaal van de visserstruien: aan het patroon van de visserstrui kon je zien waar een verdronken visser vandaan kwam. Na ruim acht jaar onderzoek in de Zeeuwse delta menen we zeker te kunnen stellen dat dát (overigens aardige) verhaal niet klopt, tenminste.. niet hier in Zeeland! De ruim dertig truien die wij terug vonden komen voor het grootste gedeelte in héél Zeeland voor, enkele uitzonderingen nagelaten. Die uitzonderingen - zoals bijvoorbeeld de slangentrui uit Arnemuiden - blijken dan weer niet de énige truien in dat dorp te zijn die door de plaatselijke vissers gedragen werd: we vonden daarnaast nog zeker zes andere gebruikte patronen.
Toch weet men het zeker: aan het patroon van de visserstrui kon men zien waar een verdronken visser vandaan komt! Je leest het in elke publicatie en iedereen is er van overtuigd dat het waar is.
Het blijkt niet meer dan een romantische mythe te zijn; maar wel een hardnekkige, die waarschijnlijk altijd wel zal blijven worden doorverteld…

Eenzelfde vergelijking gaat op voor een ander kledingstuk dat bij veel streekdrachten en modes in diverse varianten voorkomt: armwarmers, ofwel polsmoffen, armmoffen, armwanten, mitaines, of zoals men ze hier in Zeeland noemt: labedissen. Een wat ongewone naam, maar daar is een uitermate logische verklaring voor: de naam ‘labedissen’ zou zijn afgeleid van dominee, ex-jezuïet en boeteprediker Jean De Labadie (1610-1674), die eind van de zeventiende eeuw in Middelburg preekte, en die een fel tegenstander was van de blote armen van de boerinnen in de kerk. Hij bedacht dat ze kuise zwartwollen armwarmers moesten dragen, die prompt naar hem genoemd werden: labedissen.


Nu doet zich hier eenzelfde fenomeen voor als bij de visserstruien: een verhaal, wat op zich best aardig en aannemelijk klinkt, wordt als ‘dé waarheid’ bestempeld. Maar, ook bij deze verklaring gaan onze wenkbrauwen fronsen, en tevens doemt een groot aantal vragen op!