Lieve mensen, wij keken gisteravond naar het 8 uur journaal van de NOS en we zijn vreselijk geschrokken. Koortsachtig overleg volgde via Whatsapp (Whatsapp is inmiddels versleuteld, die versleuteling is nu heel belangrijk denken we).
Tante Zoet moet misschien wel ondergronds. De patronen zijn dan alleen nog via het darkweb en in obscure achterkamertjes te verkrijgen. Voor het volgen van haar blog ontvangt u een digitale sleutel waarmee u steeds opnieuw moet inloggen.
Wat is er aan de hand? Politiek verslaggever Ron Fresen zegt dit:
Oei, wordt breiend Nederland nu in de ban gedaan? Of hebben we dit aan onszelf te danken?
Het Geriefgoed van Tante Zoet is een nieuw project van Stichting Zeeuwse Visserstruien! Ook nu (onder)zoeken we weer gebreid goed, maar ditmaal van de Zeeuwse streekdrachten. Hebt u vragen over patronen? Neem dan via e-mail contact met ons op.
woensdag 7 maart 2018
dinsdag 6 maart 2018
PRIMEUR EN VRIJKAARTJES
Wat een leuk en opwindend nieuws hebben wij te melden!
Op vrijdag 6 april zullen wij, Anja en
Stefanie, een hele dag met onze stand op de Knit&Knot Beurs in Tilburg aanwezig
zijn!
donderdag 8 februari 2018
De omslagdoek van tante Zoet
Tijdens ons onderzoek
in het Zeeuws Museum valt op hoe enorm mooi en verfijnd de stukken zijn die we onder ogen krijgen. De meeste
kledingstukken uit het depot zijn gebreid van zeer dunne wol of zijde en
gemaakt met de meest ingewikkelde breitechnieken en steken. Bij één paar labedissen
krijgen we het zelfs níet voor elkaar om de breisteek te ontcijferen.. Hoe we
ook blijven puzzelen, we komen er gewoonweg niet uit! Kunnen we de conclusie
trekken dat onze breiende voormoeders allemaal vaardigheden bezaten waar wij
tegenwoordig niet meer aan kunnen tippen?
De vraag of alle vrouwen vroeger van die mooie en
ingewikkelde brei-en haakwerken maakten, om zo met hun kennis en vaardigheden te
pronken, kunnen we meteen weer onderuit halen. Naast al dat prachtige en
verfijnde handwerk komen we in de diverse depots ook breiwerk tegen waarvan we
zeker weten dat de maakster ofwel niet zoveel handigheid bezat in breien en
haken, ofwel niet veel tijd had om dit te doen. We vinden behoorlijk wat
doekjes die met veel pijn en moeite in een eenvoudige ribbelsteek in elkaar
gevrochten zijn, maar ook bijvoorbeeld vreselijke borstrokken van grove wolsoorten waarvan de tranen je in de ogen
springen!
Nee, lang niet alle vrouwen waren – net als tegenwoordig –
liefhebbers van het edele handwerk: breien (en in mindere mate haken) was iets
wat gewoonweg gedaan móest worden met alles wat voorhanden was om jezelf, je man en kinderen in de kleren te
steken!
Geen wonder dat jonge meisjes al op vroege leeftijd geleerd werd om tijdens de lessen in Nuttig Handwerken de meest elementaire breisteken en sokken te breien, om op die manier mee te kunnen helpen de vaak grote gezinnen te voorzien van warm goed.
Tijdens een verjaardag in de familie hoor ik dat één van de
tantes een originele doek van tante Zoet in haar bezit zou hebben gehad. Ik ben
erg verrast, ik wist niet dat er nog íets van haar spullen bewaard was
gebleven; tante Zoet is inmiddels bijna ruim 25 jaar overleden. Op foto’s valt op
dat tante Zoet vaak een lange, eenvoudige grijze omslagdoek om de schouders heeft.
Bij nader speuren tussen de familiefoto’s zie ik dat ook haar
moeder Jewanne, mijn overgrootmoeder, een voorliefde had voor dit soort
eenvoudige lange doeken. Omdat mijn voorouders arme, hardwerkende
landarbeiders waren kan ik me goed voorstellen dat zij weinig tijd en energie
hadden om ingewikkelde kledingstukken te breien: hun breiwerk moest
hoogstwaarschijnlijk gewoon zijn doel dienen en behaaglijkheid bieden!
Een bezoekje aan ome Jaap brengt uitkomst. Jawel, hij heeft
de doek van tante Zoet in de kast liggen. Mijn vorig jaar overleden tante lag
er graag onder tijdens haar ziekbed. En nu is kleindochter Ashley degene die er
dol op is! Wat prachtig dat deze doek nog steeds gekoesterd en gebruikt wordt!
De foto waarop tante Zoet in een tijdschrift pronkt lieten
we al eerder zien. En nu ik de grijze doek van tante Zoet in mijn handen heb
herken ik hem meteen!
De doek van tante Zoet is een heel eenvoudige doek. Recht
toe, recht aan. Gebreid in een grijs wol-acryl mengsel. Groot, warm en
behaaglijk. De tand des tijds heeft er zijn sporen op nagelaten.. en dat mag
ook! Ik neem de doek mee naar de boerderij van een andere tante.
Ook zij was dol op tante Zoet. Bijzonder dat ik daar nu de foto’s kan maken.
Naast al het prachtige en ingewikkelde breiwerk dat op ons
pad komt vinden we het bij dit project ook belangrijk om het eenvoudige breiwerk
te laten zien. Gemaakt door gewone boeren- en arbeidersvrouwen voor dagelijks
gebruik. Geen pronkstukken, geen bijzondere technieken of verfijnd handwerk.
Breiwerk dat gebreid is om zijn doel te dienen: de draagster warmte en
behaaglijkheid bieden!
donderdag 14 december 2017
Onderzoek in het Zeeuws Museum
Gedurende de maanden dat wij bezig zijn met het nieuwe
project over brei-en haakwerk in de Zeeuwse streekdrachten valt op hoe
anders dit onderzoek verloopt in vergelijking met ons onderzoek naar
Zeeuwse visserstruien. Bij het project van de visserstruien begonnen we met
twee patroontjes uit een oud boekje, één originele trui en duizenden foto’s om door
te ploegen. Het duurde jaren voordat we visserstrui nummer twee en drie ontdekten. We breiden - turend op oude foto’s - eindeloos ‘proef’ om de patronen
van de bewuste truien letterlijk ‘boven water’ te krijgen!
En nu? Hoe anders gaat het nu! Kijken we alleen al naar de
avonddoekjes, dan valt op hoe ongelofelijk veel er bewaard zijn gebleven én nog
gedragen worden, bijvoorbeeld tijdens het ‘sjeesjesrijden'.
Sjeesjesrijden rond
het Abdijplein in Middelburg- Foto Internet
We worden dan ook overstelpt met enorme hoeveelheden prachtige en
bijzondere doekjes. Op Walcheren zijn er niet alleen bij de mensen thuis, maar
ook in de diverse musea en depots ontzettend veel opgeslagen. En de
streekdrachtgroepen? Die kunnen ons blij
melden dat ze ook nog wel een paar dozen avonddoekjes hebben staan!
Met het namaken en uitschrijven van ál die doekjes kunnen we
waarschijnlijk de rest van ons leven vooruit. We verkeren nu in een dermate luxe
positie dat we keuzes moeten gaan maken om al deze enorme hoeveelheden ‘aan te
kunnen’. Daarom besluiten we ons voorlopig te richten op het breiwerk in de
streekdracht. Met breiwerk hebben we zelf de meeste ervaring.. én ‘feeling’.
Dit betekent niet, dat er met het haakwerk niets gebeurt. We
hebben inmiddels contact met een ervaren haakster, Liesanne, die ons wil helpen met het
uitwerken van gehaakte onderdelen. Dat is fijn!
In de Zeeuwse streekdracht is nog veel meer breiwerk te
vinden dan alleen in avonddoekjes. Daarom bezoeken we het depot van
het Zeeuws Museum in Middelburg.
Op een koude winterochtend worden we hartelijk verwelkomd door collectiebeheerster
Karina Leijnse. Via allerlei gangetjes, trappen en liften worden we
steeds dieper de krochten van het Abdijcomplex in geleid om uiteindelijk in het
depot aan te komen.
Karina heeft voorwerk voor ons gedaan: op een lange tafel
liggen een groot aantal gebreide kledingstukken. En wat voor kledingstukken!
In de 20ste eeuw breidde men niet alleen sokken en kousen, maar vooral ook mutsen, slaapmutsen, haakmutsen en labedissen. Labedissen
zijn gebreide of gehaakte armwarmers, meest voorkomend in zwart of wit.
In het bijzonder de fijnheid van al het breiwerk maakt indruk; een aantal kledingstukken is met zijde op naalden 1 gebreid, echt prachtig om te zien!
Een hele morgen lang mogen we elk steekje, patroon en naadje
bestuderen. Karina verschaft ons de nodige informatie over tijdsperiodes, maaksters en de gebieden waaruit dit breiwerk afkomstig is. Het blijkt ook interessant te zijn om er
achter te komen hoe deze collectie is opgebouwd; ook dít geeft informatie, vooral over
hoe men vroeger naar breiwerk keek.
Nee.. bang om ons te vervelen zijn we de komende jaren niet. Dit project zal ons zonder twijfel heel veel nieuwe uitdagingen en inspiratie bieden!
woensdag 15 november 2017
Doekjes en verhalen
Praat je hier in Zeeland met iemand
van onze leeftijd over avonddoekjes, dan is de kans heel groot dat je direct
verhalen te horen krijgt over oma’s, tantes en overige familieleden die nog in
dracht lopen.. en liepen. Met vaak enigszins weemoedige blik klinken er dan
trotse verhalen over sterke vrouwen die een belangrijke rol speelden in de
samenleving en die fier waren op hun Zeeuwse dracht!
Zo vertelde Jeanet ooit het
anekdotische verhaal over haar oma’s:
Wie mij al wat langer volgt weet wel
dat ik me met regelmaat in de Arnemuidse klederdracht vertoon. Dat komt
natuurlijk niet uit de lucht vallen. Mijn twee oma’s (Oma Jo en Opoe Janneke)
liepen hun hele leven in onze streekdracht. In mijn jeugd waren vrijwel alle opoes
van het dorp ‘op z’n boers’. Ik kan me nog herinneren dat toen ik een jaar of 7
was een klasgenootje van mij op een oudere dame in een jurk wees en zei: “Daar
loopt mijn oma.” Ik geloofde het niet, want ze had een júrk aan, en oma’s droegen
per definitie schorten, mutsen en een doek-en-beuk!
Ook nu, bij het introduceren van
ons nieuwe project over brei- en haakwerk in de Zeeuwse streekdrachten krijgen
we veel reacties van lezers die ons vertellen over hun oma’s, moeders en tantes
in dracht.
We horen echter maar van een
enkeling die nog een moeder in dracht had. We weten dat de generatie vrouwen
die dagelijks ‘op z’n boers’ liepen na de tweede wereldoorlog sterk
verminderde. Logisch: Walcheren moest
herstellen van de inundatie, het grootste deel van de bevolking was álles kwijt
door de verwoestende oorlogshandelingen en bijbehorende onderwaterzetting van
het eiland. Kleding was tezamen met huizen verwoest, de meeste mensen hadden
alleen maar de kleding die ze droegen, en stof om nieuwe kleding te maken was
ook niet direct voorhanden. Dit was een belangrijke reden dat veel vrouwen in dracht min of meer gedwongen door de omstandigheden overgingen op burgerkleding. Deze tijd - rond november – is er
één die niet alleen op Walcheren, maar in heel Zeeland herinnert aan diepe
sporen.
Tijdens de beschietingen van Domburg in 1944 door de geallieerden
moesten opa en oma vluchten naar het hoger gelegen duin- en bosgebied. Hoe
oud zullen ze geweest zijn? Eind de twintig ongeveer; ze hadden een jong gezin
met drie kindjes onder de drie jaar.
Er stond al dagenlang een kinderwagen
klaar in de gang met daarin kleertjes en luiers. Elke ochtend zette oma een
fles verse melk in de kinderwagen, voor het geval dat.. Toen de beschietingen
begonnen vluchtten ze met hun drie kindjes in die kinderwagen door het bos
richting Oostkapelle. Opa trok het logge ding met een touw over zijn schouder,
oma duwde. Constant werd er door de geallieerden vanaf zee geschoten om de
Duitse bezetter te verjagen. Er waren kraters en omgevallen bomen. Het water
wat door de gebombardeerde dijk bij Westkapelle het eiland overspoelde, rukte snel
op. Het was een hachelijke tocht.
“Ik snap niet hoe we het deden”, zei
oma. “Maar je dacht er niet over, je deed het gewoon!” Uiteindelijk kwamen ze
aan bij Huize Duinbeek, diep in het bos, waar ze onderdak vonden in de
bijgebouwen. Omdat Duinbeek hoog lag en niet overstroomd kon worden door het
water waren er nog veel meer vluchtelingen. Ze kregen z’n vijfjes een bedstee
in een van de bijgebouwen. Luiers spoelde oma in het ijskoude water van de
chique vijver, waarna ze de natte lappen te drogen hing aan de struiken.
Gelukkig was er geen gebrek aan melk en vlees; ook veel koeien waren door
boeren naar Duinbeek gebracht.
Ome Jan, een broer van opa, was ook nog
wezen kijken of het huisje nog heel was. Hij was zo slim geweest om een
heleboel kleren in het wc’tje achter het huis te verstoppen. Daar hadden de
mensen, die op de vlucht waren en op zoek waren naar spullen, niet gezocht. Dankzij
de slimheid van ome Jan hadden oma en opa in ieder geval nog kleren voor
zichzelf en hun kindjes.
De enorme impact die de beëindiging
van de tweede wereldoorlog op het eiland Walcheren heeft gehad is bij ons nog
steeds diep voelbaar. Beiden verloren we dierbare familieleden; een oma, twee
tantes én hun kinderen. Zij kwamen jammerlijk om tijdens de beschietingen en
onderwaterzetting van het eiland en werden onbedoeld slachtoffer in de strijd
voor vrijheid.
De zoektocht naar gebreide en gehaakte
doekjes brengt daarom zoveel meer dan ‘alleen maar’ mooie patroontjes. Het
brengt ook verhalen van vrouwen in dracht die deel uit maken van onze persoonlijke
geschiedenissen. Vrouwen die overleefden, vrouwen die stierven. En nabestaanden
die de littekens hieraan voor altijd met zich mee dragen.
zaterdag 28 oktober 2017
Avonddoekjes
Een van de meest opvallende en tot de verbeelding sprekende
onderdelen van de Walcherse (en in mindere mate ook de Zuid-Bevelandse) dracht
is het 'avonddoekje'.
Een avonddoekje is een wit, grijs of zwart gebreid of
gehaakt driekantig of rondlopend doekje met een sierrand. Het avonddoekje wordt
op Walcheren uitgesproken als ‘èvundoekje’. Met de nadruk op de verlenging van
de è klank… Haast onmogelijk te schrijven dus. In Arnemuiden noemen ze het een
‘netje’.
Bij onderzoek naar de herkomst van dit doekje op het vele
fotomateriaal wat voorhanden is zien we opvallend genoeg dat vrouwen voor WOI
geen avonddoekjes dragen. Avonddoekjes verschijnen pas in het straatbeeld na
circa 1920. Dit bewijst dat de streekdracht zich lange tijd is blijven
vernieuwen.
Tot WOI dragen vrouwen en meisjes voornamelijk vierkante,
wollen doeken met franjes over de schouders. Deze doeken waren vooral bedoeld
om de kou te weren. Van deze - vaak prachtige –geruite, pastelkleurige doeken
zijn er nog veel bewaard gebleven.
foto geleend van
Internet, fotograaf onbekend
Na WOI verschijnen er voorzichtig gehaakte en gebreide
witte, kanten doekjes in het straatbeeld. Ze zijn nog niet meteen gemeengoed en
worden in eerste instantie alleen ná het werk gedragen; vandaar ook de naam ‘avond’-doekje.
In de loop van de jaren groeit het aantal vrouwen dat deze doekje vaker en
langer gaat dragen. De vrouwen die zich als laatsten in de streekdracht hullen
dragen de avonddoekjes veelal de gehele dag.
foto geleend van
Internet, fotograaf onbekend
Hoe kwam het dat avonddoekjes hun intrede deden in de
streekdracht? Het vermoeden bestaat dat jonge Walcherse vrouwen in de periode tijdens
de Eerste Wereldoorlog geïnspireerd worden door de kleding van de vele
Belgische vluchtelingen die hun toevlucht zoeken in Zeeland. Boerendochters wilden
ook wel eens wat nieuws uitproberen en zij zien bij de Belgische madammen de burgermode
van die tijd met de mooie witte kanten kraagjes. Zij beginnen met het haken en
breien van witte doekjes die als replica’s van de kanten kragen worden gedragen.
De eerste doekjes worden aarzelend uitgeprobeerd, totdat het ‘experiment’ door
de dorpsgemeente ‘goedgekeurd’ wordt. Zo breidt het gebruik van het doekje zich
uit om gemeengoed te worden.
De meeste avonddoekjes werden gehaakt, maar er komen ook prachtig
gebreide versies voor. Er bestonden geen geschreven patronen van avonddoekjes.
Vrouwen verzonnen ze zelf of maakten ze van elkaar na. Bekend is het verhaal
dat er op zondag tijdens de kerkdienst vaak heel goed naar degene gekeken werd
die voor je in de kerkbank zat.. zo kon je het patroontje van een avonddoekje
goed bestuderen en thuis namaken.
Wat opvalt bij de avonddoekjes is het dat er haast geen één
hetzelfde is. Ze komen voor in werkelijk alle soorten steken, maten en vormen,
waardoor ze ongelofelijk divers zijn. Ook de randen zijn vaak ware kunstwerkjes
op handwerkgebied.
De driehoekige vorm leende zich er uitstekend voor om te
laten zien welke handwerktechnieken je in huis had… of hebt.
De draagster van een grijs of zwart doekje gaf hiermee aan dat aan dat zij
in lichte, halve of zware rouw was.
foto geleend van
Internet, fotograaf onbekend
Mevrouw Vos uit Middelburg, nog dagelijks in dracht, hier in
gesprek met een deelneemster van de Streekdrachtendag in Hoedekenskerke in 2015.
Haar doekje heeft ze al lang afgedaan ;)
Kun je niet wachten op de resultaten van ons onderzoek, en wil je metéén aan de slag: Jeanet Jaffari van Blij dat ik brei heeft op haar site Tikkeltje Zeeuws het patroon van het avonddoekje van haar oma in de verkoop: Avonddoekje Johanna. Het patroon is gemaakt door Ans Baart.
Je
kunt het patroon inclusief materiaal als pakket bestellen bij Tikkeltje Zeeuws.
Wij zijn inmiddels al een poosje achter de schermen bezig om meer te
weten te komen over de herkomst van avonddoekjes - zowel in verhalen als in beeldmateriaal. Maar natuurlijk ook om doekjes te verzamelen én om patronen uit te schrijven. (En oh.. wat is dat weer ontzettend leuk!!)
Want niet alleen voor streekdracht draagsters zijn deze
doekjes en hun unieke patronen reuze interessant; ook zijn ze bij uitstek
geschikt om mee te nemen naar onze tijd en er moderne varianten van te maken!
vrijdag 20 oktober 2017
Wat in ’t vat zit..
Na héél lang eindelijk weer eens een berichtje over ons
nieuwe handwerkproject!
Hadden we in maart van dit jaar net aangekondigd dat we met
een nieuwe uitdaging gingen beginnen, bleken we vervolgens door
privéomstandigheden geen tijd en ruimte te hebben om er actief mee aan de slag
te gaan. Heel jammer natuurlijk, maar… zo gaat het leven soms.
We hebben echter goed nieuws: van uitstel is gelukkig geen
afstel gekomen!
De komende tijd gaan we jullie bijpraten en meer vertellen: over ons nieuwe project én over tante Zoet. Want, we zeiden het al eerder: tante
Zoet is niet ‘verzonnen’, tante Zoet bestond namelijk écht! Zij was een van
onze oudtantes met de prachtige oud Zeeuwse naam Zoetje, die heel haar leven
lang de Walcherse dracht heeft gedragen.
Wij hebben tante Zoet goed gekend en bewaren dierbare
herinneringen aan haar. Ze was een sterkte, nuchtere dorpsvrouw met een groot
en warm hart. Eigenzinnig kun je haar zeker noemen, misschien zelfs wel een
tikkeltje eigenwijs. Tante Zoet ging bijvoorbeeld als jonge vrouw gewoon naar
de gymnastiekvereniging (jawel, in dracht!) of zwemmen in zee (in badpak). Ze hield erg van
de Tour de France en maakte graag reisjes door Nederland, waarbij ze het prima
vond om in de belangstelling te staan omdat ze klederdracht droeg.
Toen haar tijdens het maken van een modereportage in het
dorp gevraagd werd of ze samen met het model op de foto wilde gaan vond ze dat geen
enkel probleem! Wij hoefden dan ook niet lang na te denken wíe we als
boegbeeld voor ons nieuwe project zouden kiezen!
Als oudste dochter van een arbeidersechtpaar uit een klein Walchers
dorpje staat tante Zoet in ons nieuwe project rolmodel voor álle ‘boere’vrouwen
uit onze provincie!
Want, daar gaat ons nieuwe project immers over:
het brei- en haakgoed uit de Zeeuwse
streekdrachten.
De volgende keer vertellen we jullie meer over onze
activiteiten van de afgelopen maanden. Want, ook al waren we niet online actief,
er is inmiddels al een heleboel interessants gebeurd, bedacht en gemaakt…!
Abonneren op:
Posts (Atom)







































