maandag 9 april 2018

Het Beddengoed van Tante Zoet op de Knit&Knot 2018

Met grote trots presenteerden wij op de Knit&Knot Beurs in Tilburg afgelopen weekend onze nieuwe deken: 'Het Beddengoed van Tante Zoet'!



Pieternella, Lena, Martina, Nella, Grietje, Ploon, Janna, Tine, Bootje, Bette, Levina, Neeltje, Tannetje, Maatje… ze waren er allemaal bij!
Vraag je je misschien af, wie dit zijn?


Het Beddengoed van Tante Zoet bestaat uit 30 blokken met ajourpatronen uit de Zeeuwse Streekdrachten. Als eerbetoon aan alle Zeeuwse vrouwen, die dit prachtige breiwerk maakten of droegen, hebben we elk blok de naam van de draagster of maakster gegeven.
Dat maakt elk blok niet alleen uniek qua breiwerk, maar ook qua verhaal!







En.. wat was het druk! We kijken terug op een zeer geslaagde dag, waarop we heel veel belangstellenden bij onze tafel kregen! Om eerlijk te zijn waren we aan het eind van de dag schor van het praten.






Gelukkig hadden wij hulp van Inge, die ons met een paar extra handen bij stond!


Op zaterdag en zondag konden de bezoekers van de Knit&Knot ‘Het Beddengoed’ bewonderen bij de stand van Jeanet. Hoe die dagen verlopen zijn kun je bij Blij dat ik Brei lezen.

En.. wil je ‘Het Beddengoed’ binnenkort in het écht bewonderen? Anja en Stefanie zullen met de nieuwe deken aanwezig zijn op het Haak-en Breifestival op 2 juni 2018 in Arnemuiden!

(Met dank aan Johanna Schroevers voor de foto's.)

N.B. EXTRA AANVULLENDE INFORMATIE:

Je kunt Het Beddengoed op twee manieren maken:

2.      Je koopt een WOLPAKKET bij Jeanet van Blij dat ik Brei (dit kan in de winkel of via haar webshop). In dit pakket zit het garen voor Het Beddengoed. Je betaalt alleen voor het garen, het patroon krijg je er gratis bij. De prijs van dit pakket is afhankelijk van het gekozen garen.

Je koopt het PATROON in de webshop van Stichting Zeeuwse Visserstruien.

dinsdag 27 maart 2018

Tatarata!!!

Ze lagen al een paar weken in huis: de vier vrijkaartjes die wij mochten weggeven voor de Knit&Knot Beurs in Tilburg op 6, 7 en 8 april aanstaande!


Achtentwintig vrouwen reageerden enthousiast en lieten ons weten graag mee te loten voor de vrijkaartjes! En.. gisteren was het dan zover!


Eerst alle namen op briefjes geprint..


De briefjes in de glazen vaas.. en husselen maar!



 Tatataraaaaa..!!

De gelukkigen zijn:

Winnares van de Blogreacties: Elly Provoost
Winnares van de Facebook groep: Jose van Noort



Elly en Jose: van hárte gefeliciteerd!!
Als jullie ons je adresgegevens doorgeven komen de kaartjes zo snel mogelijk naar jullie toe!

Jullie kunnen zelf kiezen welke dag jullie naar de Knit&Knot Beurs gaan. 

Op vrijdag 6 april zijn Anja en Stefanie een hele dag op de beurs 
met de primeur van de nieuwe BOM. 
Op alle dagen is Jeanet van Blij dat ik Brei op de beurs, 
zo maken we er een écht Zeeuws Feestje van :)


woensdag 7 maart 2018

Ondergronds

Lieve mensen, wij keken gisteravond naar het 8 uur journaal van de NOS en we zijn vreselijk geschrokken. Koortsachtig overleg volgde via Whatsapp (Whatsapp is inmiddels versleuteld, die versleuteling is nu heel belangrijk denken we).

Tante Zoet moet misschien wel ondergronds. De patronen zijn dan alleen nog via het darkweb en in obscure achterkamertjes te verkrijgen. Voor het volgen van haar blog ontvangt u een digitale sleutel waarmee u steeds opnieuw moet inloggen.

Wat is er aan de hand? Politiek verslaggever Ron Fresen zegt dit:


Oei, wordt breiend Nederland nu in de ban gedaan? Of hebben we dit aan onszelf te danken?

dinsdag 6 maart 2018

PRIMEUR EN VRIJKAARTJES


Wat een leuk en opwindend nieuws hebben wij te melden! 


Op vrijdag 6 april zullen wij, Anja en Stefanie, een hele dag met onze stand op de Knit&Knot Beurs in Tilburg aanwezig zijn! 

donderdag 8 februari 2018

De omslagdoek van tante Zoet

Tijdens ons onderzoek in het Zeeuws Museum valt op hoe enorm mooi en verfijnd de stukken zijn die we onder ogen krijgen. De meeste kledingstukken uit het depot zijn gebreid van zeer dunne wol of zijde en gemaakt met de meest ingewikkelde breitechnieken en steken. Bij één paar labedissen krijgen we het zelfs níet voor elkaar om de breisteek te ontcijferen.. Hoe we ook blijven puzzelen, we komen er gewoonweg niet uit! Kunnen we de conclusie trekken dat onze breiende voormoeders allemaal vaardigheden bezaten waar wij tegenwoordig niet meer aan kunnen tippen?

De vraag of alle vrouwen vroeger van die mooie en ingewikkelde brei-en haakwerken maakten, om zo met hun kennis en vaardigheden te pronken, kunnen we meteen weer onderuit halen. Naast al dat prachtige en verfijnde handwerk komen we in de diverse depots ook breiwerk tegen waarvan we zeker weten dat de maakster ofwel niet zoveel handigheid bezat in breien en haken, ofwel niet veel tijd had om dit te doen. We vinden behoorlijk wat doekjes die met veel pijn en moeite in een eenvoudige ribbelsteek in elkaar gevrochten zijn, maar ook bijvoorbeeld vreselijke borstrokken van grove wolsoorten waarvan de tranen je in de ogen springen!

Nee, lang niet alle vrouwen waren – net als tegenwoordig – liefhebbers van het edele handwerk: breien (en in mindere mate haken) was iets wat gewoonweg gedaan móest worden met alles wat voorhanden was om jezelf, je man en kinderen in de kleren te steken!
Geen wonder dat jonge meisjes al op vroege leeftijd geleerd werd om tijdens de lessen in Nuttig Handwerken de meest elementaire breisteken en sokken te breien, om op die manier mee te kunnen helpen de vaak grote gezinnen te voorzien van warm goed.

Lagere School Meliskerke 1935

Tijdens een verjaardag in de familie hoor ik dat één van de tantes een originele doek van tante Zoet in haar bezit zou hebben gehad. Ik ben erg verrast, ik wist niet dat er nog íets van haar spullen bewaard was gebleven; tante Zoet is inmiddels bijna ruim 25 jaar overleden. Op foto’s valt op dat tante Zoet vaak een lange, eenvoudige grijze omslagdoek om de schouders heeft.



Bij nader speuren tussen de familiefoto’s zie ik dat ook haar moeder Jewanne, mijn overgrootmoeder, een voorliefde had voor dit soort eenvoudige lange doeken. Omdat mijn voorouders arme, hardwerkende landarbeiders waren kan ik me goed voorstellen dat zij weinig tijd en energie hadden om ingewikkelde kledingstukken te breien: hun breiwerk moest hoogstwaarschijnlijk gewoon zijn doel dienen en behaaglijkheid bieden!


Een bezoekje aan ome Jaap brengt uitkomst. Jawel, hij heeft de doek van tante Zoet in de kast liggen. Mijn vorig jaar overleden tante lag er graag onder tijdens haar ziekbed. En nu is kleindochter Ashley degene die er dol op is! Wat prachtig dat deze doek nog steeds gekoesterd en gebruikt wordt!

De foto waarop tante Zoet in een tijdschrift pronkt lieten we al eerder zien. En nu ik de grijze doek van tante Zoet in mijn handen heb herken ik hem meteen!


De doek van tante Zoet is een heel eenvoudige doek. Recht toe, recht aan. Gebreid in een grijs wol-acryl mengsel. Groot, warm en behaaglijk. De tand des tijds heeft er zijn sporen op nagelaten.. en dat mag ook! Ik neem de doek mee naar de boerderij van een andere tante. Ook zij was dol op tante Zoet. Bijzonder dat ik daar nu de foto’s kan maken.








Naast al het prachtige en ingewikkelde breiwerk dat op ons pad komt vinden we het bij dit project ook belangrijk om het eenvoudige breiwerk te laten zien. Gemaakt door gewone boeren- en arbeidersvrouwen voor dagelijks gebruik. Geen pronkstukken, geen bijzondere technieken of verfijnd handwerk. Breiwerk dat gebreid is om zijn doel te dienen: de draagster warmte en behaaglijkheid bieden!

donderdag 14 december 2017

Onderzoek in het Zeeuws Museum

Gedurende de maanden dat wij bezig zijn met het nieuwe project over brei-en haakwerk in de Zeeuwse streekdrachten valt op hoe anders dit onderzoek verloopt in vergelijking met ons onderzoek naar Zeeuwse visserstruien. Bij het project van de visserstruien begonnen we met twee patroontjes uit een oud boekje, één originele trui en duizenden foto’s om door te ploegen. Het duurde jaren voordat we visserstrui nummer twee en drie ontdekten. We breiden - turend op oude foto’s - eindeloos ‘proef’ om de patronen van de bewuste truien letterlijk ‘boven water’ te krijgen!

En nu? Hoe anders gaat het nu! Kijken we alleen al naar de avonddoekjes, dan valt op hoe ongelofelijk veel er bewaard zijn gebleven én nog gedragen worden, bijvoorbeeld tijdens het ‘sjeesjesrijden'.

Sjeesjesrijden rond het Abdijplein in Middelburg- Foto Internet

We worden dan ook overstelpt met enorme hoeveelheden prachtige en bijzondere doekjes. Op Walcheren zijn er niet alleen bij de mensen thuis, maar ook in de diverse musea en depots ontzettend veel opgeslagen. En de streekdrachtgroepen?  Die kunnen ons blij melden dat ze ook nog wel een paar dozen avonddoekjes hebben staan!

Met het namaken en uitschrijven van ál die doekjes kunnen we waarschijnlijk de rest van ons leven vooruit. We verkeren nu in een dermate luxe positie dat we keuzes moeten gaan maken om al deze enorme hoeveelheden ‘aan te kunnen’. Daarom besluiten we ons voorlopig te richten op het breiwerk in de streekdracht. Met breiwerk hebben we zelf de meeste ervaring.. én ‘feeling’.
Dit betekent niet, dat er met het haakwerk niets gebeurt. We hebben inmiddels contact met een ervaren haakster, Liesanne, die ons wil helpen met het uitwerken van gehaakte onderdelen. Dat is fijn!

In de Zeeuwse streekdracht is nog veel meer breiwerk te vinden dan alleen in avonddoekjes. Daarom bezoeken we het depot van het Zeeuws Museum in Middelburg.


Op een koude winterochtend worden we hartelijk verwelkomd door collectiebeheerster Karina Leijnse. Via allerlei gangetjes, trappen en liften worden we steeds dieper de krochten van het Abdijcomplex in geleid om uiteindelijk in het depot aan te komen.
Karina heeft voorwerk voor ons gedaan: op een lange tafel liggen een groot aantal gebreide kledingstukken. En wat voor kledingstukken!


In de 20ste eeuw breidde men niet alleen sokken en kousen, maar vooral ook mutsen, slaapmutsen, haakmutsen en labedissen. Labedissen zijn gebreide of gehaakte armwarmers, meest voorkomend in zwart of wit.
In het bijzonder de fijnheid van al het breiwerk maakt indruk; een aantal kledingstukken is met zijde op naalden 1 gebreid, echt prachtig om te zien! 





Een hele morgen lang mogen we elk steekje, patroon en naadje bestuderen. Karina verschaft ons de nodige informatie over tijdsperiodes, maaksters en de gebieden waaruit dit breiwerk afkomstig is. Het blijkt ook interessant te zijn om er achter te komen hoe deze collectie is opgebouwd; ook dít geeft informatie, vooral over hoe men vroeger naar breiwerk keek.

Nee.. bang om ons te vervelen zijn we de komende jaren niet. Dit project zal ons zonder twijfel heel veel nieuwe uitdagingen en inspiratie bieden! 

woensdag 15 november 2017

Doekjes en verhalen

Praat je hier in Zeeland met iemand van onze leeftijd over avonddoekjes, dan is de kans heel groot dat je direct verhalen te horen krijgt over oma’s, tantes en overige familieleden die nog in dracht lopen.. en liepen. Met vaak enigszins weemoedige blik klinken er dan trotse verhalen over sterke vrouwen die een belangrijke rol speelden in de samenleving en die fier waren op hun Zeeuwse dracht!

Zo vertelde Jeanet ooit het anekdotische verhaal over haar oma’s:

Wie mij al wat langer volgt weet wel dat ik me met regelmaat in de Arnemuidse klederdracht vertoon. Dat komt natuurlijk niet uit de lucht vallen. Mijn twee oma’s (Oma Jo en Opoe Janneke) liepen hun hele leven in onze streekdracht. In mijn jeugd waren vrijwel alle opoes van het dorp ‘op z’n boers’. Ik kan me nog herinneren dat toen ik een jaar of 7 was een klasgenootje van mij op een oudere dame in een jurk wees en zei: “Daar loopt mijn oma.” Ik geloofde het niet, want ze had een júrk aan, en oma’s droegen per definitie schorten, mutsen en een doek-en-beuk!


Ook nu, bij het introduceren van ons nieuwe project over brei- en haakwerk in de Zeeuwse streekdrachten krijgen we veel reacties van lezers die ons vertellen over hun oma’s, moeders en tantes in dracht.

We horen echter maar van een enkeling die nog een moeder in dracht had. We weten dat de generatie vrouwen die dagelijks ‘op z’n boers’ liepen na de tweede wereldoorlog sterk verminderde. Logisch: Walcheren moest herstellen van de inundatie, het grootste deel van de bevolking was álles kwijt door de verwoestende oorlogshandelingen en bijbehorende onderwaterzetting van het eiland. Kleding was tezamen met huizen verwoest, de meeste mensen hadden alleen maar de kleding die ze droegen, en stof om nieuwe kleding te maken was ook niet direct voorhanden. Dit was een belangrijke reden dat veel vrouwen in dracht min of meer gedwongen door de omstandigheden overgingen op burgerkleding. Deze tijd - rond november – is er één die niet alleen op Walcheren, maar in heel Zeeland herinnert aan diepe sporen.

Tijdens de beschietingen van Domburg in 1944 door de geallieerden moesten opa en oma vluchten naar het hoger gelegen duin- en bosgebied. Hoe oud zullen ze geweest zijn? Eind de twintig ongeveer; ze hadden een jong gezin met drie kindjes onder de drie jaar. 

Er stond al dagenlang een kinderwagen klaar in de gang met daarin kleertjes en luiers. Elke ochtend zette oma een fles verse melk in de kinderwagen, voor het geval dat.. Toen de beschietingen begonnen vluchtten ze met hun drie kindjes in die kinderwagen door het bos richting Oostkapelle. Opa trok het logge ding met een touw over zijn schouder, oma duwde. Constant werd er door de geallieerden vanaf zee geschoten om de Duitse bezetter te verjagen. Er waren kraters en omgevallen bomen. Het water wat door de gebombardeerde dijk bij Westkapelle het eiland overspoelde, rukte snel op. Het was een hachelijke tocht.


“Ik snap niet hoe we het deden”, zei oma. “Maar je dacht er niet over, je deed het gewoon!” Uiteindelijk kwamen ze aan bij Huize Duinbeek, diep in het bos, waar ze onderdak vonden in de bijgebouwen. Omdat Duinbeek hoog lag en niet overstroomd kon worden door het water waren er nog veel meer vluchtelingen. Ze kregen z’n vijfjes een bedstee in een van de bijgebouwen. Luiers spoelde oma in het ijskoude water van de chique vijver, waarna ze de natte lappen te drogen hing aan de struiken. Gelukkig was er geen gebrek aan melk en vlees; ook veel koeien waren door boeren naar Duinbeek gebracht.


Toen de beschietingen over waren en Domburg bevrijd, hoorden ze dat hun huisje nog heel was. Oma was zó blij, ze wilde dolgraag met hun kindjes terug naar huis. Maar toen ze in Domburg terug kwamen bleek het toch verwoest te zijn: alleen een stuk van de zijmuur en bovenverdieping stond nog overeind. Op dit stuk bovenverdieping stond nog wel het tweepersoonsbed. Omdat het al avond, en donker was, bedacht opa dat hij het bed beter de volgende ochtend naar beneden zou halen. Toen hij de volgende morgen ging kijken was het bed al verdwenen.


Ome Jan, een broer van opa, was ook nog wezen kijken of het huisje nog heel was. Hij was zo slim geweest om een heleboel kleren in het wc’tje achter het huis te verstoppen. Daar hadden de mensen, die op de vlucht waren en op zoek waren naar spullen, niet gezocht. Dankzij de slimheid van ome Jan hadden oma en opa in ieder geval nog kleren voor zichzelf en hun kindjes.

De enorme impact die de beëindiging van de tweede wereldoorlog op het eiland Walcheren heeft gehad is bij ons nog steeds diep voelbaar. Beiden verloren we dierbare familieleden; een oma, twee tantes én hun kinderen. Zij kwamen jammerlijk om tijdens de beschietingen en onderwaterzetting van het eiland en werden onbedoeld slachtoffer in de strijd voor vrijheid.


De zoektocht naar gebreide en gehaakte doekjes brengt daarom zoveel meer dan ‘alleen maar’ mooie patroontjes. Het brengt ook verhalen van vrouwen in dracht die deel uit maken van onze persoonlijke geschiedenissen. Vrouwen die overleefden, vrouwen die stierven. En nabestaanden die de littekens hieraan voor altijd met zich mee dragen.